Ad Leerintveld schreef een recensie van Petrus Scriverius Harlemensis (1576-1660): A key to the correspondence, contacts and works of an independent humanist (Leiden: Foleor Publishers, 2018) van Michiel Roscam Abbing en Pierre Tuynman, dat op 28 september 2018 in Leiden werd gepresenteerd. De recensie verscheen in De Boekenwereld 34-4 (2018), maar kunt u ook hier lezen.

BLOOMSBURY NEO-LATIN SERIES

Studies in Early Modern Latin Literature || Early Modern Texts and Anthologies

The Bloomsbury Neo-Latin Series is dedicated to the study of early modern Latin texts and literary culture. The series makes available analysis and criticism of early modern Latin literature, alongside editions of texts in two strands:

The Studies in Early Modern Latin Literature strand presents book-length studies and collected volumes on wide-reaching aspects of early modern Latin literature. Volumes should showcase the latest research from the field of Neo-Latin literature, as well as from wider areas of early modern literary culture where contemporary Latin played a significant role.

The Early Modern Texts and Anthologies strand presents editions of texts with English translations, introductions and notes. Volumes include complete editions of longer single texts and themed anthologies bringing together texts from particular genres, periods or countries. These editions are primarily aimed at students and scholars and intended to be suitable for use in university teaching.

The series now invites proposals and expressions of interest for potential projects in both of its strands. For further information and the book proposal form, please contact the series’ editors:

SERIES EDITORS

– Studies in Early Modern Latin Literature –

William M. Barton, Ludwig Boltzmann Institute for Neo-Latin Studies, AT: william.barton@neolatin.lbg.ac.at

Bobby Xinyue, University of Warwick, UK: b.xinyue@warwick.ac.uk

– Early Modern Texts and Anthologies –

Gesine Manuwald, University College London, UK: g.manuwald@ucl.ac.uk

Stephen Harrison, University of Oxford, UK: stephen.harrison@ccc.ox.ac.uk

BLOOMSBURY NEO-LATIN SERIES

Studies in Early Modern Latin Literature || Early Modern Texts and Anthologies

EDITORIAL BOARD

◊ Pramit Chaudhuri, University of Texas at Austin, USA

◊ Maya Feile Tomes, University of Cambridge, UK

◊ Julia Gaisser, Bryn Mawr College, USA

◊ Philip Hardie, University of Cambridge, UK

◊ Sarah Knight, University of Leicester, UK

◊ Martin Korenjak, Innsbruck University, AT

◊ Andrew Laird, Brown University, USA

◊ Marc Laureys, University of Bonn, DE

◊ David McOmish, University of Glasgow, UK

◊ Victoria Moul, King’s College London, UK

Download the Call for Proposals here.

Afgelopen vrijdag lanceerde het Utrechtse SKILLNET-project zijn crowdsourcingplatform Collecting Epistolary Metadata of the Republic of Letters (CEMROL). Een van de doelen van het SKILLNET-project is het in kaart brengen van de intellectuele gemeenschap van de vroegmoderne periode op basis van haar voornaamste communicatiemiddel: brieven. Om netwerkanalyses te kunnen maken wil het project de zogenaamde ‘metadata’ (verzender, ontvanger, plaats van verzending, plaats van ontvangst, en datum) van zoveel mogelijk brieven verzamelen. Daarom wordt de hulp van het publiek ingeroepen om via dit crowdsourcingplatform de metadata van brieven uit gescande versies van vroegmoderne, gedrukte brievenverzamelingen over te typen. Alle hulp is welkom! Een (vooralsnog) grote meerderheid van die brieven zijn geschreven in het Latijn.

Wie interesse heeft om als vrijwilliger hieraan mee te werken kan meteen aan de slag op het CEMROL-platform. Of kijkt u eerst op de website van het SKILLNET-project voor meer informatie of mail naar skillnet@uu.nl. De promotievideo vindt u hier.

Onlangs verscheen Saxa Loquuntur. Latijnse inscripties in Rome (Leeuwarden: Eisma Edumedia, 2018) van Feyo Schuddeboom. Het boek is een kennismaking met Latijnse inscripties in de stad Rome.

Het boek begint met een bloemlezing van meer dan 60 inscripties op 35 locaties in Rome. Door deze teksten zelf te vertalen maakt de lezer kennis met een verscheidenheid aan Latijnse inscripties, makkelijk en moeilijk, pompeus en persoonlijk, van Scipio Barbatus tot Mussolini, op de meest bezienswaardige plekken in Rome. Na de bloemlezing volgen vier thematische hoofdstukken, waarin behalve de Latijnse tekst ook steeds de vertaling wordt gegeven van inscripties op obelisken, gedenkzuilen, fonteinen en gedenkplaten met betrekking tot Tiberoverstromingen.

Zie de website van de uitgever voor meer informatie.

Onlangs is van Jeroen De Keyser Latijnse morfologie (Antwerpen: Pelckmans Pro, 2018) verschenen:

Latijnse morfologie bevat een volledige bespreking van de verbuigingen en vervoegingen van het klassieke Latijn. Ook talrijke relevante uitzonderingen en bijzonderheden die in vele schoolboeken onvermeld blijven, komen aan bod. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de ontwikkelingen in het postklassieke Latijn.

Met een heldere opmaak en overzichtelijke tabellen is Latijnse morfologie een onmisbaar naslagwerk voor iedereen die met Latijnse teksten bezig is: docenten Latijn op alle niveaus, historici en andere onderzoekers, en geïnteresseerde lezers.

Zie de website van de uitgever voor meer informatie.

Tijdens de crematieplechtigheid van Chris Heesakkers op woensdag 5 december 2018 sprak Anton van der Lem het volgende levensbericht uit:

Lieve Chris en Wil, lieve kinderen.

Een oratio funebris – en hoeveel zijn er niet door je handen gegaan? – klinkt in het Nederlands als levensbericht zoveel zachter en veelzeggender dan het woord grafrede. Voor je bijdragen aan de levende wetenschap wil ik je hier onze dankbaarheid uitdrukken.

Voor de vele leerlingen, collega’s en onderzoekers  die je dierbaar waren, was en blijf jij de grootmeester in de klassieke traditie en het Neolatijn. Een grootmeester die ook grootmoedig was, die anderen ruimhartig en minzaam in zijn kennis liet delen, op wie niemand ooit vergeefs een beroep deed. Je onderscheidde je als filoloog door je buitengewone eruditie. Je was zo vertrouwd met de Griekse en Latijnse epiek en lyriek, dat je met graagte Neolatijnse ontleningen uit het Grieks blootlegde. Een editie die naliet zulke verwijzingen te signaleren schoot in jouw ogen tekort. Zelf was je niet alleen een uiterst precies en bijzonder productief uitgever van Latijnse teksten, je blijft ook vermaard om je nauwgezette vertalingen. Telkens wist jij het woord te treffen dat het dichtst bij het Latijn bleef, en in het Nederlands toch soepel en elegant klonk. Levenslang heb je zo ook aan een breder publiek kunnen laten zien dat een groot deel van onze vaderlandse letterkunde niet in het Nederlands maar in het Latijn is geschreven.

Ook jij moest bij het begin beginnen. Als zoon uit een kinderrijk boerengezin bij Berlicum begon je aan het kleinseminarie van Heeswijk-Dinter, in het land waar men nog ‘hulders en wulders’ zei. Een van je klasgenoten van het kleinseminarie bracht jou de afgelopen maanden nog regelmatig een bezoek. Boven de wijngaard des Heeren verkoos je de studie klassieke talen en je academische loopbaan startte bij Bijzondere Collecties aan de Leidse Universiteit. Hier beschreef je de brieven van vroeg-moderne Nederlanders uit Noord en Zuid, en je stond daarmee aan de wieg van de Catalogus Epistularum Neerlandicarum. Je raakte geboeid door leven en werk van Janus Dousa. Voor je proefschrift beperkte je je wijselijk tot de brieven tussen Janus Dousa en zijn Vlaamse vriend Victor Giselinus en tot een zorgvuldige analyse van Dousa’s eerste gedichtenbundel. Op 24 november 1976 promoveerde je in Leiden bij Waszink en je proefschrift droeg je op uxori carissimae, aan je heel dierbare echtgenote, eveneens classica Wil Heesakkers-Kamerbeek.  Nog geen jaar later aanvaardde je de uitnodiging van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen om toe te treden tot de redactie voor de uitgave van alle werken van Erasmus, de zogeheten ‘Amsterdamse uitgave’.

Toegewijder en trouwer volgeling heeft Dousa nooit gehad. Bij tal van gelegenheden binnen en buiten Leiden heb je over hem gesproken en geschreven. Onbetwist hoogtepunt vormde je facsimile-uitgave in het lustrumjaar 2000 van het album amicorum van Dousa, gemaakt in nauwe samenwerking met André Bouwman. Dousa, met een halve pleiade aan zonen en een hele pleiade aan geleerde vrienden werden allemaal jouw vertrouwelingen en daarmee ook de onze: Hadrianus Junius, Petrus Bertius, Bonaventura Vulcanius, Lipsius en Scaliger, op Dousa’s aandringen aan onze universiteit verbonden, en nog vele anderen. De Koninklijke Vlaamse Academie van België heeft je van nabij betrokken bij haar prestigieuze project het volledige brievencorpus van Lipsius uit te geven. Je hebt alle delen die tot nu toe verschenen zijn én het deel dat ter perse is, zorgvuldig nagelezen en de editoren heel wat nuttige tips gegeven. Op het terrein van de alba amicorum was je pionier en meester tegelijk door samen met Kees Thomassen de Nederlandse alba in kaart te brengen, uit tal van bibliotheken in binnen- en buitenland, bekroond door een prachtige tentoonstelling en catalogus. In perfecte harmonie tussen Noord en Zuid maakte je met de Vlaming Marcus De Schepper de Bibliographie de l’humanisme des anciens Pays-Bas, met alles erop en eraan.

Vele jaren ben je als docent Neolatijn verbonden geweest aan de Universiteit van Amsterdam; eerst bij het Instituut van die naam, daarna bij de vakgroep Nederlands. In 1982 had je een groot aandeel in de herdenking van de stichting van het Amsterdamse Athenaeum Illustre in 1632. Vervolgens was het weer de Universiteit Leiden die je gaf wat je verdiende: de leerstoel voor Neolatijn, vanwege het Leidsch Universiteits Fonds. Als docent en hoogleraar in respectievelijk Amsterdam en Leiden heb je je vleugels wijder, veel wijder kunnen uitslaan. Classici en neolatinisten uit allerlei landen kwamen als vanzelf naar je toe. Internationaal waren de uitnodigingen om te spreken op congressen of zitting te nemen in promotie-commissies. Je bent de stamvader van flink wat promoti, die je uitnodigde voor een diner toen er einde kwam aan je ius promovendi. Voor elk van hen had je een persoonlijk woord. En zoals wij allemaal weten was ‘genoeglijk’ een jou dierbaar woord, dat je vaak gebruikte, zeker die avond. Je was een vriendelijke en onderhoudende congrestijger: je ontbrak zelden bij de Erasmus Birthday Lecture (die je in 2002 zelf uitsprak) en graag nam je deel aan de driejaarlijkse bijeenkomsten van de International Association of Neo-Latin Studies.

Je zei zelden nee. Je publiceerde over tal van onderwerpen in tal van talen. Nu ik als medewerker van de Leidse UB de eer heb je papieren te mogen ordenen en beschrijven zie ik pas goed hoe groot je productie is, en in welke talen je publiceerde en correspondeerde: niet alleen in het Frans, Duits en Engels, maar ook in het Italiaans en Spaans. Spanje, dat na je emeritaat een bijzondere liefde van je werd en waar je een graag genode gast was. Uit je nalatenschap heeft Wil een heel tastbaar blijk van je belangstelling aan de UB Leiden geschonken: honderdvijftig boeken in het Spaans over het humanisme in Spanje in de vijftiende en zestiende eeuw.

Jij, met je liefde voor het Neolatijn, besefte dat wanneer een vakgebied wil groeien, het ook een zekere organisatie moet kennen. Je werd dus een van de oprichters van het Neolatinistenverband, dat de kenners en liefhebbers bijeen moet krijgen en bijeen moet houden. Het mondde uit in jaarlijkse bijeenkomsten en een mededelingenblad, eerst op papier, nu digitaal. Dat je telkens zoveel verplichtingen vrijwillig op je nam en je hart je altijd ja ingaf als iemand vroeg om een tekst te vertalen of een teksteditie na te kijken, is iets waarmee je onbedoeld je eigen werk te kort deed. De vele studies over Dousa leidden wel, met Wilma Reinders, tot een bescheiden biografische schets voor het bredere publiek. De grote Dousa-studie die men weliswaar onuitgesproken van je verwachtte is er niet gekomen. Degene die het nu zou aandurven het boek over Dousa te schrijven, vindt in jouw publicaties het fundament. Je vrouw Wil, als classica ook in je werk steun en toeverlaat, hielp je bij het realiseren van een andere, lang gekoesterde wens: de uitgave van Erasmus’ polemiek met Alberto Pio, voor de Amsterdamse Opera omnia – een editie die gelukkig in 2015 in Den Haag gepresenteerd kon worden.

Lieve Chris, bij een van mijn bezoeken het afgelopen jaar bracht ik een platenboek over Zwitserland voor je mee, een ouderwets boek met kleurenfoto’s en in een grote letter. Je genoot van de afbeeldingen en je ogen en vingers dwaalden over de tekst. Tot je vinger stil hield en je tot mijn verrassing zei: ‘Erasmus’. We kennen allemaal de ‘fijne glimlach’ van Erasmus, die zichzelf een ‘christianus infirmissimus’ noemde, een gebrekkig christen. Jouw lach en minzaamheid, Chris, christianus, waren guller en blijer dan de zijne. Jouw lach en beminnelijkheid zullen ons bijblijven en tot steun zijn. Daarvoor en voor je onvermoeibare inzet voor het Neolatijn blijven wij allemaal je heel dankbaar.

Anton van der Lem

Met dank aan Wil Heesakkers-Kamerbeek, Jeannine De Landtsheer, Dirk van Miert, Marcus De Schepper en Arnoud Visser.

Ons bereikte het droevige bericht dat afgelopen woensdag 28 november Chris Heesakkers, oprichter van het Neolatinistenverband en emeritus hoogleraar Neolatijn aan de Universiteit Leiden, op 83-jarige leeftijd is overleden. Hierbij wil het bestuur van het verband zijn echtgenote Wil en hun kinderen Driek en Tanna condoleren.

Er is mogelijkheid afscheid te nemen van Chris in het uitvaartcentrum van coöperatie DELA, Laan Te Rhijnhof 4, Leiden, op dinsdag 4 december van 19.15 tot 20.00 uur. De crematieplechtigheid wordt gehouden op woensdag 5 december om 11.30 uur in de Jan Steen-aula, Crematorium Rhijnhof, Laan Te Rhijnhof 4, Leiden. De rouwkaart kunt u hier downloaden.

Op vrijdag 14 december, van 12:30 tot 17:00, lanceert het Utrechtse project ‘Sharing Knowledge in Learned and Literary Networks’ (SKILLNET) in het Universiteitsmuseum Utrecht zijn innovatieve crowdsourcingplatform voor het verzamelen van metadata van brieven (verzender, ontvanger, datum, plaatsen) uit gescande versies van vroegmoderne gedrukte brievenverzamelingen: Collecting Epistolary Metadata of the Republic of Letters (CEMROL). U bent van harte welkom! De toegang is gratis, maar graag aanmelden via R.O.Buning@uu.nl. Zie de website van het SKILLNET-project voor meer informatie over CEMROL.

Programma:

  • 12:30 Welkom (met lunch)
  • Introductie door projectleider dr. Dirk van Miert (Universiteit Utrecht)
  • De Republiek der Letteren door prof. dr. Hans Bots (emeritus hoogleraar Radboud Universiteit)
  • Theories of Epistolary Networks door dr. Scott B. Weingart (netwerkspecialist, Carnegie Mellon University Library)
  • Pauze met koffie en thee
  • Divide et Impera: A Model of Domination in the Early Modern Republic of Letters door dr. Andrea Sangiacomo en Daan Beers (Rijksuniversiteit Groningen)
  • Drawing Connections in a Union Catalogue: Early Modern Letters Online door Miranda Lewis (redacteur Early Modern Letters Online, Universiteit van Oxford)
  • Presentatie en demonstratie van CEMROL
  • Borrel (tot 17:00)