Meer More. Naar aanleiding van de 500e verjaardag van Thomas More’s Utopia zendt radiozender Klara komende week vier interviews uit, telkens van 17.00 tot 18.00 uur, waarin Pat Donnez zijn gasten ondervraagt over wat wat wij vandaag nog uit en van Utopia kunnen leren.

utopia_pat

Kijk op de website van Klara voor de onderwerpen van de vier interviews. Het eerste interview is vandaag met hoogleraar Latijn aan de KU Leuven Jan Papy en auteur David Van Reybrouck over hoe je een samenleving organiseert volgens de Utopia van Thomas More.

In oktober 2016 kunt u weer instappen in een nieuwe leeskring Neolatijn in Leiden. We komen ongeveer 1x per maand bij elkaar, op maandagavond. Er kunnen zich nog zeker 5 mensen aanmelden. We gaan een Neolatijnse Judastragedie lezen. Goede kennis van het Latijn is gewenst. Voorbereiden mag, maar hoeft niet (altijd), want het Latijn van dit toneelstuk is vrij gemakkelijk te volgen.

Thomas Naogeorgus
De Duitse toneelschrijver Thomas Naogeorgus (1508-1563) staat vooral bekend om zijn Pammachius enMercator, antikatholieke strijddrama’s die hij schreef aan het begin van de Reformatie. Zijn laatste tragedie uit 1552 is gericht tegen zijn eigen partijgenoten en heeft een wel heel opmerkelijke hoofdpersoon. Geen heilig boontje of bewonderenswaardige martelaar, maar een echte ‘bad guy’. Judas.

Waarom Judas als hoofdpersoon?
Tijdens het lezen proberen we antwoord te geven op de vraag: Waarom een toneelstuk over Judas? Is het toneelstuk alleen maar bedoeld als aanklacht tegen tijdgenoten? Zoals tegen de ‘Judas van Meissen’, een Duitse edelman die nu eens de kant van de katholieke keizer koos, dan weer de kant van zijn lutherse landgenoten. Of is het een waarschuwing aan zijn publiek: laat je niet verleiden door het grote geld om je idealen te laten varen? En kun je eigenlijk wel een tragedie schrijven over een slechterik als Judas? Want hoe kun je je als publiek nou met dit prototype van de op geld beluste verrader identificeren?

Wat te verwachten van Naogeorgus?
Op het titelblad mag dan wel ‘tragoedia’ staan, maar verwacht geen zwaar Senecaans drama. Neogeorgus’ Judasis geschreven in een eenvoudig en vloeiend Latijn dat nog het meeste op dat van Plautus en Terentius lijkt. Ook bevat het drama veel komische – bijna karikaturale – scènes waarin de draak gestoken wordt met Judas’ inhaligheid. Interessant zijn ook de ontleningen uit de 16e-eeuwse theaterpraktijk, zoals de verleidende duiveltjes en het gepersonifieerde geweten van judas: het personage Conscientia.

Meer informatie en aanmelden
Wilt u meer weten of heeft u belangstelling voor deze leeskring, mailt u dan naar Verena Demoed (verena@demoedvertalingen.nl) met een cc’tje aan het NKV-bestuur Leiden (leiden@nkv.nl).

Het zal niemand ontgaan zijn dat 2016 Erasmusjaar is. In dat kader wordt er een groot aantal activiteiten georganiseerd. Een kleine greep:

  • In Museum Gouda is een tentoonstelling ‘Ik wijk voor niemand’ over het gedachtegoed van Erasmus. Zie: http://www.museumgouda.nl/persberichten/erasmus-ik-wijk-voor-niemand. De tentoonstelling duurt tot 26 juni.
  • In Trouw verschijnt op onregelmatige basis in de bijlage Letter & Geest een serie artikelen over Erasmus. Verschillende auteurs schrijven over een specifiek aspect van Erasmus’ leven, persoonlijkheid of gedachtegoed. Het eerste in de reeks was van Herman Pleij.
  • Op 10 maart houdt Jan Bloemendal een lezing over Erasmus voor de Kloosterkerk Academie. Dit jaar is het thema ‘Inspirerende namen uit het verleden’. De lezing vindt plaats op 10 maart om 20.15 uur in de Kloosterkerk, Den Haag. Toegang: € 5 per persoon. Zie: http://www.kloosterkerk.nl/ankers/inspiratie/kerk-samenleving-en-cultuur/kloosterkerkacademie.
Deze maand is van de hand van Christopher Joby een artikel verschenen over de receptie van Latijn en Grieks in vroegmodern Norwich.
Christopher Joby, ‘The Reception of Ancient Latin and Greek Authors in Early Modern Norwich’, in: International Journal of the Classical Tradition (februari 2016), pp. 1-35. Zie: http://link.springer.com/article/10.1007/s12138-016-0393-7.

Op zondag 25 oktober overleed Lisa Jardine op 71-jarige leeftijd.

Voor Neo-Latijn was haar betekenis immens. Ze heeft zich gedurende haar buitengewoon veelzijdige carrière intensief bezig gehouden met de familie Huygens en met de intellectuele betrekkingen tussen Engeland en de Nederlandse Republiek.

Het Centre for Early Lives and Letters dat Jardine oprichtte (aanvankelijk aan Queen Mary’s in Londen, maar later overgegaan naar University College London) faciliteert een levendige bestudering van de epistolaire cultuur van de vroegmoderne tijd. Van Jardine ging bovendien een grote inspiratie uit voor het bestuderen van de receptie van boeken door individuele lezers – een onderwerp dat ze samen met Anthony Grafton op de kaart zette in hun baanbrekende artikel over ‘How Gabriel Harvey read his Livy’. Op de annual meeting van de RSA in Berlijn, in maart 2015, spraken zij beiden nog over wat dat artikel allemaal heeft losgemaakt, de afgelopen kwart eeuw.

Jardine’s laatste boek, Temptations in the Archives. Essays in Golden Age Dutch Culture, dat in mei 2015 verscheen, is vrij downloadbaar:

http://www.ucl.ac.uk/ucl-press/browse-books/temptation-in-the-archives

Tijdens de ronde tafel discussie over Constantijn Huygens, op de Neolatinistendag op vrijdag 30 oktober, zullen we stilstaan bij Jardine’s bijdragen tot de studie van Huygens.

Onze gedachten gaan uit naar haar directe familie en haar talloze vrienden en collega’s.

 

Onder gastredacteurschap van Paul Bakker en Jan Papy zijn in het tijdschrift Lias twee afleveringen verschenen (vol. 41:1 (2014); en vol. 42:1 (2015)) met artikelen over Libertus Fromondus (1587-1653). De bijdragen zijn geschreven door Wim François, Jan Papy, Geert Vanpaemel, Theo Verbeek, Carla Rita Palmerino, Davide Cellamare, Paul Bakker en Steven Vanden Broecke. Lees de samenvattingen op http://poj.peeters-leuven.be/content.php?url=journal&journal_code=LIAS

Post Navigation