Onlangs verscheen bij Oxford University Press de bundel Scriptural Authority and Biblical Criticism in the Dutch Golden Age: God’s Word Questioned onder redactie van Dirk van Miert, Henk Nellen, Piet Steenbakkers en Jetze Touber. De bundel bouwt voort op het in 2012 gehouden congres ‘God’s Word Questioned’:

Scriptural Authority and Biblical Criticism in the Dutch Golden Age explores the hypothesis that in the long seventeenth century humanist-inspired biblical criticism contributed significantly to the decline of ecclesiastical truth claims. Historiography pictures this era as one in which the dominant position of religion and church began to show signs of erosion under the influence of vehement debates on the sacrosanct status of the Bible. Until quite recently, this gradual but decisive shift has been attributed to the rise of the sciences, in particular astronomy and physics. This authoritative volume looks at biblical criticism as an innovative force and as the outcome of developments in philology that had started much earlier than scientific experimentalism or the New Philosophy. Scholars began to situate the Bible in its historical context. The contributors show that even in the hands of pious, orthodox scholars philological research not only failed to solve all the textual problems that had surfaced, but even brought to light countless new incongruities. This supplied those who sought to play down the authority of the Bible with ammunition. The conviction that God’s Word had been preserved as a pure and sacred source gave way to an awareness of a complicated transmission in a plurality of divergent, ambiguous, historically determined, and heavily corrupted texts. This shift took place primarily in the Dutch Protestant world of the seventeenth century.

Voor meer informatie, waaronder de inhoudsopgave, zie: https://global.oup.com/academic/product/scriptural-authority-and-biblical-criticism-in-the-dutch-golden-age-9780198806837. Het boek wordt gepresenteerd op maandag 13 november om 15.15 uur in Utrecht (Sweelinckzaal, Drift 21) tijdens het maandelijkse Descartes-Huygens Premodern History of Knowledge Colloquium.

Onlangs verscheen ‘Erasmus’ droom’, een themanummer van De Boekenwereld over het Collegium Trilingue. Het nummer werd gemaakt in samenwerking met KU Leuven Bibliotheken naar aanleiding van de tentoonstelling over het Collegium Trilingue, ofwel het Drietalencollege, dit najaar. Vijf Leuvense auteurs laten hun licht schijnen over deze instelling, die in 1517 – vijf eeuwen geleden – werd opgericht door Erasmus. Twan Geurts beschrijft de band van de Nederlandse paus Adrianus VI met Leuven, Sytze van der Veen stuitte op een bijzonder Leuvens liedboek uit 1561 en Arnon Grunberg op een Leuvenaar die dacht dat hij God was. Verder: Willem Rodenhuis over fraaie circusaffiches; Bert Sliggers over de pornografische uitgever Herbert Lewandowski in Utrecht; Nico Boerma over prentenboeken uit de vroege negentiende eeuw; Kees Aarts en Joep Bertrams over de boekenhonger van Gerrit Komrij; Frits Booy over oude jeugdboeken in de vorm van een leporello; Ewoud Sanders over een banket voor Parijse straatboekhandelaren in 1892 en Rob van de Schoor over negentiende-eeuwse boeken die geënt zijn op optische illusies. Plus rubrieken en columns. En alsof dat alles nog niet genoeg is, krijgt de lezer bij dit nummer een schitterend bijblad over de bibliotheek van het Rijksmuseum. Om een nummer te bestellen zie: https://www.vantilt.nl/boeken/13612-2.

In december verschijnt Spaans theater in de Republiek van Frans Blom en Olga van Marion.

Niemand zal ontkennen dat Joost van den Vondel de grootste toneeldichter van de Gouden Eeuw is geweest, maar de publieksprijs ging naar andere toneelschrijvers. De Spaanse comedias van topauteurs als Félix Lope de Vega y Carpio (1562-1635) en Pedro Calderón de la Barca (1600-1681) waren razend populair. Talloze dichters, vertalers, acteurs (en actrices!) rond de Amsterdamse Schouwburg hebben zich laten inspireren door het populaire barokke drama met z´n vele liefdesintriges, duels, balkonscènes, verkleedpartijen en liederen. Daarnaast maakten ze furore met hun Nederlandse bewerkingen van Spaanse toneelteksten. De vernieuwing is op gang gebracht door auteurs die het toneel van binnenuit wilden veranderen en die, buiten de gebaande paden van het traditionele vaderlandse toneel om, streefden naar visueel aantrekkelijk, emotioneel aangrijpend en inhoudelijk schokkend spektakel in de Nederlandse schouwburgen. Spaans theater in de Republiek brengt het begin, het hoogtepunt en het einde van deze beweging in beeld.

Kijk voor meer informatie op de website van de uitgever.

In oktober verschijnt Vijftien strekkende meter. Nieuwe onderzoeksmogelijkheden in het archief van de Bibliotheca Thysiana onder redactie van Wim van Anrooij en Paul Hoftijzer.

De Bibliotheca Thysiana aan het Leidse Rapenburg 25 herbergt sinds de opening in 1655 tot op de dag van vandaag ruim 2.500 boeken van Johannes Thysius (Amsterdam 1622-Leiden 1653), telg uit een rijk koopmans‑ en geleerdengeslacht dat oorspronkelijk afkomstig was uit Antwerpen. Nadat Thysius onverwachts ziek was geworden, stelde hij een testament op waarin hij bepaalde dat zijn boeken bij elkaar moesten blijven ‘tot publijcque dienst der studie’. Bij de boekenschat van Thysius behoort ook een familie‑ en bibliotheekarchief van vijftiende strekkende meter dat loopt vanaf de zestiende eeuw tot heden. In 2014 is daarvan een herziene inventaris verschenen. Het archief bevat een schat aan informatie voor historici, kunsthistorici, taal‑ en letterkundigen (latinisten, neerlandici, romanisten, germanisten, italianisten en oriëntalisten) en boekwetenschappers. In deze bundel geven specialisten afkomstig uit een aantal van deze disciplines een eerste indruk van de rijkdom van dit veelzijdige historische materiaal.

Inhoud: WIM VAN ANROOIJ/PAUL HOFTIJZER, Ter inleiding: een opmaat tot verder onderzoek   AREND PIETERSMA, De archieven van de Bibliotheca Thysiana: over gezinsleven, handel en wetenschap   JOHANNES MÜLLER, De koopmansfamilie Thijs en het ontstaan van transnationale Zuid-Nederlandse netwerken in vroegmodern Europa   JENNIFER HENDRIKS, Taalgebruik in woelige tijden. Het belang van egodocumenten in het archief van de Bibliotheca Thysiana   LODEWIJK PETRAM, Kwitanties, kasboeken en koopmansregisters. Unieke documenten over het economische leven in de Republiek   ESTHER MOURITS, Wie was Johannes Thysius? Vondsten uit het archief   JEANINE DE LANDTSHEER, Een lofdicht van Johannes Thysius op zijn bibliotheek   J.W.J. BURGERS, Johannes Thysius en de muziek   MARTIJN STORMS, Een woning met landerijen in Voorschoten. Analyse van de enige kaart in het Thysiusarchief   CHRIS L. HEESAKKERS, Een scholier uit de zeventiende eeuw vertaalt Erasmus   ANNE VAN DEN DOOL, Stille werkers. De custodes van de Bibliotheca   ANDY WIELES, Interview met mevrouw Leny Segijn-Kret, echtgenote van de voorlaatste custos van de Bibliotheca Thysiana

Kijk voor meer informatie op de website van de uitgever. Zie ook het nieuwsbericht over Esther Mourits’ proefschrift Een kamer gevuld met de mooiste boeken. De bibliotheek van Johannes Thysius.

Leuven viert 500 jaar Collegium Trilingue

De 500ste verjaardag van Erasmus’ Drietalencollege of Collegium Trilingue zal niet onopgemerkt voorbijgaan. De Universiteit Leuven en de Leuvense Universiteitsbibliotheek brengen het roemrijke college in een tentoonstelling voor het voetlicht. Die tentoonstelling loopt van 19 oktober 2017 tot en met 18 januari 2018 in de Centrale Bibliotheek op het Ladeuzeplein 21 te Leuven.

In een multimediale opstelling zullen Busleydens testament, Erasmus’ onvermoeibare inspanningen de moeizame realisatie van deze ‘humanistische droom’ worden belicht. Niet alleen zullen de gekende hoogdagen van de eerste helft van de zestiende eeuw worden verhaald, het verhaal over het gebouw, de lessen, de professoren en de presidenten van het college zal reiken tot de opheffing tijdens de Franse Revolutie. Het vernieuwde onderwijs Latijn, Grieks en Hebreeuws – het magische recept van het nieuwe college en de sleutel tot het Europese succes – zullen bovendien samen aan bod komen. Die nieuwe didactiek zal in detail worden getoond en uitgelegd aan de hand van (vaak onbekend of weinig bestudeerd) archiefmateriaal, geannoteerde handboeken, studentennotities, lesmateriaal van professoren. Download the flyer hier.

Bij de tentoonstelling horen twee publicaties, beide verzorgd door de Leuvense drukkerij-uitgeverij Peeters. Vooreerst is er een wetenschappelijke catalogus, rijkelijk met kleurenfoto’s van vaak ongekend materiaal geïllustreerd, de notities zijn het werk van een team van 40 auteurs:

Jan Papy (ed.), Erasmus’ droom. Het Leuvense Collegium Trilingue 1517 – 1797. Catalogus bij de tentoonstelling in de Leuvense Universiteitsbibliotheek, 18 oktober 2017 – 18 januari 2018 (Leuven: Peeters, 2017).

Daarnaast is er een prachtig uitgegeven volume met essays over het onderwijs aan het Collegium Trilingue. Na inleidende hoofdstukken over de stichting, organisatie en het opzet van het Drietalencollege en de bittere tegenkanting van sommige Leuvense theologen tegen het doceren van Grieks en Hebreeuws, volgen hoofdstukken over het taalonderwijs (van het Latijn en de volkstalen) in Europa, en het ‘nieuwe’ onderricht van het Latijn, Grieks en Hebreeuws aan het dan meest gerenommeerde instituut van Europa:

Jan Papy (ed.), Het Leuvense Collegium Trilingue 1517-1797. Erasmus, humanistische onderwijspraktijk en het nieuwe taleninstituut Latijn – Grieks – Hebreeuws (Leuven: Peeters, 2017).

 

Onlangs is Martinus Schoockius’ boek Over de ooievaar, vertaald door Gerard van der Waa en Piet de Bakker, verschenen bij uitgeverij Boekscout.

Over de ooievaar is de vertaling van de De Ciconiis Tractatus (1661) van de Groninger professor Martinus Schoockius. Het boek bevat naast de vertaling ook de originele Neolatijnse tekst, een tiental bijzondere kleurenillustraties en een uitgebreid register van door Schoockius genoemde personen en werken. Op de omslag staat een aquarel van de Terschellinger kunstenares Eke van Mansvelt:

Een mooie uitgave en een prettig leesbare vertaling van een werk van een van de meest ongrijpbare figuren uit de zeventiende-eeuwse geleerdenwereld! Zie voor meer (bestel)informatie: https://www.boekscout.nl/shop2/boek.php?bid=7714.

 

Tuomo Pekkanen is one of the major Latin poets of our times. He is renowned for the Latin translation of Finland’s national epic poem, the Kalevala. The present book contains a fine selection from his Latin poetry, including a poetic paraphrasis of the St Matthew Passion and a Latin Requiem, set to music by the Italian composer Gregorio Santolla. The score of this Requiem is also enclosed. All texts in this volume are in Latin.

Tuomo Pekkanen, Passio secundum Matthaeum, Requiem Latinum aliaque carmina Latina. Adiectum est Requiem Latinum modis musicis instructum a P. Gregorio Santolla (Lovania, 2016).

See the website of the publisher for more information.

Call for Submissions

We invite scholars of any discipline to contribute to an upcoming volume of Intersections (Leiden: Brill) that will be devoted to “Early Modern Disputations and Dissertations in an Interdisciplinary and European Context.” Proposals along with a short biographical note and an abstract (about 2,000 characters) should be sent to the volume editors, Hanspeter Marti (marti-weissenbach@forschungen-engi.ch) and Robert Seidel (robertcseidel@lingua.uni-frankfurt.de) before June 30, 2017. The manuscripts should not exceed 60,000 characters and should be submitted by March 31, 2018.

 

Disputations were held in Classical Antiquity in the framework of loosely or tightly structured forms of communication that addressed specific subjects or interests. During the Middle Ages, the disputation (disputatio) was institutionalized as part of the academic curriculum, and, as of the sixteenth century, it became customary to print a series of theses (dissertation) in advance as a basis for the disputation proceedings. With the advent of printing, it became possible to study disputations outside of their original curricular contexts and to use them as a basis for further debate. Consequently, the printed theses gradually gained greater significance than the oral disputation. A second decisive shift occurred in the eighteenth century when monographs composed by degree candidates largely supplanted the disputation altogether. This gave rise to the process that more or less reflects contemporary university requirements for earning the doctorate. The volume of essays that we are planning will investigate the early modern disputation and the development of the printed thesis during the period between these two shifts (1500–1800). The individual essays will include studies of a wide range of academic disciplines and theological perspectives throughout Europe.

The technical terms that were used in the context of disputations (disputatio pro gradu, pro cathedra/loco, or exercitii causa) identify the circumstances of the origin and the function of the writings. Dissertatio does not designate “dissertation” in the modern meaning of the word as an independent research project completed for academic advancement. Rather, it designates the imprint of the theses defended at a disputation. The author of a dissertatio was usually the professor who supervised the project and presided at the disputation as praeses. The student was required, as the respondent (respondens), to defend the theses by answering all the objections raised by the opponents (opponentes).

The imprints use a variety of formats, ranging from a single-sheet folio (sometimes with an illustration) to a pamphlet of several signatures. In addition to the theses, which can appear either without commentary (nudae) or in the form of discursive treatises supported by extensive documentation, the imprints frequently contain additional theses, sometimes drawn from other academic disciplines (corollaria), and a number of paratexts, such as dedications (dedicatio), commendatory letters and poems.

As polyvalent media, dissertations offer highly significant documentation for academic instruction and are therefore valuable sources for the historical study of European culture and scholarship during the early modern era. Frequently modest in appearance and nearly always written in Latin, these imprints have garnered only limited attention from scholars. Nonetheless, the historiographic relevance of the imprints is exceedingly broad. They contain a wealth of information as they document the appeal and innovativeness of individual universities, the development of academic affiliations among professors, typical career paths, personal relationships or the reputation of specific professors, and, of course, the ascendance of certain disciplinary discourses. It is often possible to draw conclusions about pedagogical principles and the relationship to specific schools of thought among the people involved. The argumentation used in the dissertations as well as the authorities cited also make it possible to connect a disputation to specific methodologies or to key figures of the time. The contents of the dissertations offer precise historical data on the state of research in various disciplines, including routinely taught skills, but also bitterly contested intellectual controversies as well as successful and failed attempts at innovation. Moreover, the printed theses were adapted into instructional material for the curriculum, and, in general, they offered interested contemporaries privileged information about current disciplinary discourses. They were also useful in the careers and lives of the educated elite and even reached people without an academic education through translations, reviews, and other forms of knowledge transfer.

 

Current State of Research and Areas for Future Research

Following earlier studies of authorship (usually conducted from a bibliographic perspective), approaches addressing the history of scholarship and academic discourse have increasingly dominated research on disputation over the past three decades. To mention only the most significant aspects, scholars have focused on the institutional foundations of the disputation proceedings that inform the thesis imprint or on the paratextual supplements to the actual theses. Of course, the complex relationship of tradition and innovation, which always plays a significant role in early-modern academic discourse, has also been investigated in analyses of dissertations.

Although scholarship has certainly addressed various individual disciplines within all four university faculties, there are only a few studies that have looked at the entire disciplinary spectrum or have investigated the intellectual dynamic of an entire university or historic region on the basis of the surviving dissertation imprints. In addition to interdisciplinary approaches, there is a need for comparative examination and evaluation of the material from universities throughout Europe. Even if the Lutheran universities of the central German area probably did generate a disproportionately large percentage of the surviving dissertations, a German-centric perspective nonetheless threatens to hinder productive collaboration with research on Netherlandic, Danish, Swedish, British, Polish, Hungarian, or French universities as well as those universities that belong to the non-German territories of the Holy Roman Empire. Moreover, the contributions of Catholic universities to the production of dissertations have often been underestimated. Similarities and differences between confessionally conditioned practices of dissertation composition and publication have not been adequately researched.

Therefore, at the present time it is appropriate to undertake an examination and evaluation – with a pan-European and multi-confessional scope – of the surviving imprints as well as the overall tendencies and accomplishments of scholarship at early modern universities. This will ensure that future research on disputations and dissertations will no longer be encumbered by biases and false assumptions, and that productive collaboration among all scholars in the field will be promoted. We suggest that the following issues should be considered in comparative analyses of the material: 1) the time and place of the disputation and published dissertation; 2) the theology or confessional identity of the parties involved (Lutheran, Calvinist, Catholic, etc.); 3) the academic discipline to which the dissertation pertains; 4) the occasion, type, and method of the disputation; 5) the institutional elements of the disputation proceedings; 6) transmission and reception of the dissertation (manuscript versus printed; publication in collections of dissertations; and library collections); 7) the place of the disputation and dissertation in the genres of early-modern learned literature.

In light of the wealth of surviving material and the current state of research, we especially welcome approaches that propose far-reaching hypotheses or, conversely, that entail focused analyses. The volume of essays will expand the corpus of source material and will also provide stimulus for future research on disputations and dissertations. We therefore welcome contributions that undertake comparative interventions for divergent material or that offer exemplary case studies that also widen the scope of scholarship.

 

Selected Bibliography

  • Ahsmann, Margreet J. A. M.: Collegium und Kolleg. Der juristische Unterricht an der Universität Leiden 1575-1630 unter besonderer Berücksichtigung der Disputationen. Frankfurt am Main 2000
  • Appold, Kenneth G.: Orthodoxie als Konsensbildung. Das theologische Disputationswesen an der Universität Wittenberg zwischen 1570 und 1710. Tübingen 2004
  • Appuhn-Radtke, Sibylle: Das Thesenblatt im Hochbarock. Studien zu einer graphischen Gattung am Beispiel der Werke Bartholomäus Kilians. Weißenhorn 1988
  • Beck, Andreas: Gisbertus Voetius (1589–1676). Sein Theologieverständnis und seine Gotteslehre. Göttingen 2007
  • Chang, Ku-ming (Kevin): From Oral Disputation to Written Text. The Transformation of the Dissertation in Early Modern Europe. In: History of Universities 19/2 (2004), S. 129–187
  • Felipe, Donald: The post-medieval ars disputandi. Diss. Austin/Texas 1991
  • Freedman, Joseph S.: Philosophy and the Arts in Central Europe, 1500–1700. Teaching and Texts at Schools and Universities. Aldershot u.a. 1999
  • Gindhart, Marion und Ursula Kundert (Hg.): Disputatio 1200–1800. Form, Funktion und Wirkung eines Leitmediums universitärer Wissenskultur. Berlin/New York 2010
  • Gindhart, Marion, Hanspeter Marti und Robert Seidel (Hg.): Frühneuzeitliche Disputationen – polyvalente Produktionsapparate gelehrten Wissens. Wien u.a. 2016
  • Hellekamps, Stephanie / Hans-Ulrich Musolff (Hg.): Zwischen Schulhumanismus und Frühaufklärung. Zum Unterricht an westfälischen Gymnasien 1600–1750. Münster 2009
  • Hellekamps, Stephanie / Hans-Ulrich Musolff (Hg.): Lehrer an westfälischen Gymnasien in der frühen Neuzeit. Neue Studien zu Schule und Unterricht 1600–1750. Münster 2014
  • Horn, Ewald: Die Disputationen und Promotionen an den Deutschen Universitäten vornehmlich seit dem 16. Jahrhundert. Leipzig 1893
  • Komorowski, Manfred: Die Hochschulschriften des 17. Jahrhunderts und ihre bibliographische Erfassung. In: Wolfenbütteler Barocknachrichten 24/1 (1997), S. 19‒42
  • Korhonen, Tua: The dissertations in Greek supervised by Henrik Ausius in Uppsala in the middle of the seventeenth century. In: Classical tradition from the 16th century to Nietzsche. Hg. von Janika Päll. Tartu 2010, S. 89–113
  • Kundert, Werner: Juristische Dissertationen katholischer Universitäten – eine terra quasi incognita. In: Tijdschrift voor rechtsgeschiedenis 62 (1994), S. 165‒173
  • Leinsle, Ulrich G.: Dilinganae Disputationes. Der Lehrinhalt der gedruckten Disputationen an der Philosophischen Fakultät der Universität Dillingen 1555–1648. Regensburg 2006
  • Marti, Hanspeter: Philosophische Dissertationen deutscher Universitäten 1660–1750. Eine Auswahlbibliographie, unter Mitarbeit von Karin Marti. München u.a. 1982
  • Marti, Hanspeter: Disputatio. In: Historisches Wörterbuch der Rhetorik. Hg. von Gert Ueding. Bd. 1. Tübingen 1994, Sp. 866–880; Dissertatio. In: ebd., Sp. 880–884
  • Marti, Hanspeter: Dissertationen. In: Quellen zur frühneuzeitlichen Universitätsgeschichte. Typen, Bestände, Forschungsperspektiven. Hg. von Ulrich Rasche. Wiesbaden 2011, S. 293–312
  • Marti, Hanspeter, Reimund B. Sdzuj, Robert Seidel (Hg.): Rhetorik, Poetik und Ästhetik im Bildungssystem des Alten Reiches. Wissenschaftshistorische Erschließung ausgewählter Dissertationen von Universitäten und Gymnasien 1500–1800. Wien u.a. 2016
  • Meyer, Véronique: L’illustration des thèses dans la seconde moitié du XVII° siècle. Peintres, Graveurs, Editeurs. Paris 2002
  • Müller, Rainer A. (Hg.): Promotionen und Promotionswesen an deutschen Hochschulen der Frühmoderne. Köln 2001
  • Müller, Rainer A. (Hg.): Bilder – Daten – Promotionen. Studien zum Promotionswesen an deutschen Universitäten der frühen Neuzeit. Stuttgart 2007
  • Novikoff, Alex J.: The Medieval Culture of Disputation. Pedagogy, Practice, and Performance. Berlin / Boston 2014
  • Omodeo, Pietro Daniel: Institutionalised Metaphysics of Astronomy at Early Modern Melanchthonian Universities. In: Wissen in Bewegung. Institution – Iteration – Transfer. Hg. von Eva Cancik-Kirschbaum und Anita Traninger. Wiesbaden 2015, S. 65–91
  • Reid, Steven J.: Humanism and Calvinism. Andrew Melville and the Universities of Scotland. 1560–1625. Farnham 2011
  • Schulze, Renate: Justus Henning Böhmer und die Dissertationen seiner Schüler. Bausteine des Ius Ecclesiasticum Protestantium. Tübingen 2009
  • Sdzuj, Reimund B., Robert Seidel und Bernd Zegowitz (Hg.): Dichtung – Gelehrsamkeit – Disputationskultur. Festschrift für Hanspeter Marti zum 65. Geburtstag. Wien u.a. 2012
  • Seidel, Robert: Johann Andreas Michael Nagels Disputationen an der Universität Altdorf – Werkstattbericht aus einem wissenschaftshistorischen Erschließungsprojekt. In: Nürnbergs Hochschule in Altdorf. Beiträge zur frühneuzeitlichen Bildungs- und Wissenschaftsgeschichte. Hg. von Hanspeter Marti und Karin Marti-Weissenbach. Wien u.a. 2014, S. 286–314
  • Sjökvist, Peter: The Music Theory of Harald Vallerius. Three Dissertations from 17th-century Sweden. Uppsala 2012
  • Traninger, Anita: Deklamation – Disputation – Dialog. Medien und Gattungen europäischer Wissensverhandlungen zwischen Scholastik und Humanismus. Stuttgart 2012
  • Triebs, Michaela: Die Medizinische Fakultät der Universität Helmstedt (1576–1810). Eine Studie zu ihrer Geschichte unter besonderer Berücksichtigung der Promotions- und Übungsdisputationen. Wiesbaden 1995
  • Universitätsbibliothek Leiden (Hg.): Hora est! On dissertations. Leiden 2005
  • Weijers, Olga: In Search of the Truth. A History of Disputation Techniques from Antiquity to Early Modern Times. Turnhout 2013

Download the call in Word format here.

De door het European Research Council gefinancierde onderzoeksgroep Elevated Minds aan het Leiden University Centre for the Arts in Society (LUCAS) heeft een speciaal nummer van Lias samengesteld met als titel ‘The Sublime in Early Modern Theories of Art and Literature’. De publicatie is digitaal en gratis toegankelijk via deze link: http://poj.peeters-leuven.be/content.php?url=issue&journal_code=LIAS&issue=2&vol=43.

In januari verscheen De carrière van Cornelius Rekenarius (1562-1603). Hoewel dit boekje een ‘Levenschets’ heet te zijn, heeft auteur Hans van de Venne, zoals hij wel eerder heeft gedaan, uit de archieven een schat aan nieuwe informatie opgedolven, met behulp waarvan hij eerdere schetsen voorgoed overbodig heeft gemaakt, niet in de laatste plaats door tal van onrechtmatigheden daarin te corrigeren. We krijgen daarom geen vage ‘schets’, maar een helder getekend beeld van de Gentse, Dordtse en Amsterdamse periodes in de carrière van deze drukker en (con)rector. Door gedrukte werken, brieven, schoolarchieven, kerkeraadsprotocollen en stadsrekeningen op elkaar te betrekken zien we hoe een mobiele geleerde via zijn netwerken carrière maakt, en daarbij, zou ik willen toevoegen, opklimt van de lagere naar de hogere middenklasse van de Republiek der Letteren. Mensen als Nicolaes Biestkens, Franciscus Nansius en Matthaeus Sladus passeren de revue. Tekenend voor de grondigheid van de auteur is dat de bijlage een bibliografisch overzicht bevat van Rekenarius’ gelegenheidsgedichten, losse gedichten, brieven en albuminscripties. Dit soort bijdragen zijn hard nodig voor de geschiedenis van de Latijnse Scholen en hun docenten, want de bestudering van het secundaire onderwijs in de Nederlanden laat helaas nog veel gaten zien. Om die op te vullen is een zeldzame combinatie nodig van kennis van zowel de klassieke filologie als van vroegmoderne stadsarchieven en regionale archieven. In dit opzicht valt veel te leren van de benadering van Hans van de Venne. Het boekje is in eigen beheer uitgegeven. (DvM).

Hans van de Venne, Levensschets van Cornelius Rekenarius Hulstensis (1562-1603), drukker en schoolmeester te Gent (1579-1585), conrector te Dordrecht (1585-1595) en rector te Amsterdam (1595-1603) (Venray, 2017).  Meer informatie: H[punt]vandevenne[apestaartje]online[punt]nl.

Post Navigation