Van 3 tot 7 juli 2017 organiseert de Universiteit Antwerpen de summer school ‘Print Culture in 16th-century Europe’, een initiatief van de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, de Universiteitsbibliotheek en het Ruusbroecgenootschap in samenwerking met het Museum Plantin-Moretus en de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience.

Op het programma staan maar liefst 18 workshops en lezingen over de wereld van het zestiende-eeuwse boek met aandacht voor een brede waaier van onderwerpen, zoals bibliografie, boek- en bibliotheekgeschiedenis, digital humanities, grafiek, uitgeversstrategieën of zestiende-eeuwse genres als humanistische tekstedities en bijbels.

Deze Engelstalige summer school richt zich specifiek tot doctoraatsstudenten die boekgeschiedenis in hun onderzoek willen betrekken. De summer school mikt op 15 deelnemers.

Voor meer informatie en aanmelding, zie https://www.uantwerpen.be/en/summer-schools/print-culture-in-16-century-europe.

Girolamo Vida door David Rijser

De Ars Poetica van Girolamo Vida is geschreven rond 1520 aan het hof van paus Leo X. Het is een van de belangrijkste teksten over antieken-receptie die er zijn. Het werk neemt de Ars Poetica van Horatius als uitgangspunt. Als je goed leest, blijkt Vida vooruit te lopen op de modernste theorieën over intertekstualiteit en receptie, en kunnen we hem gebruiken om inzicht te krijgen in de manieren waarop dichters met andere dichters omgaan. Op zichzelf genomen is Vida dus al interessant genoeg, niet het minst omdat hij een inventief, welluidend en scherpzinnig dichter is die de klassieken op zijn duimpje kent en er voortdurend met duizelingwekkende virtuositeit naar verwijst. Maar anderzijds kun je de tekst ook gebruiken om te achterhalen hoe men in de Renaissance Horatius’ Ars Poetica interpreteerde, zoals we zullen doen door Vida te vergelijken met contemporaine Horatius-commentaren. Ten slotte bevat het gedicht nog een fascinerende verborgen laag: het kan ook als een soort vorstenspiegel worden gelezen, een niveau waarop de opdracht aan de Franse dauphin al wijst en dat inzicht geeft in de toenmalige nauwe band tussen poëzie en politiek.Het college is primair bedoeld voor studenten GLTC, LTC en Neolatijn en daarnaast toegankelijk voor iedereen met een gevorderde kennis van het Latijn. Het wordt aangeboden in de tweede helft van de zomerschoolweek (18-20 augustus).

Pseudo-Ovidius door Piet Gerbrandy

‘De vetula’ (het oude vrouwtje) is een dertiende-eeuws epos in drie boeken, zogenaamd geschreven door Ovidius. Van dit buitengewoon geestige gedicht gaan we in drie dagen (eerste helft van de zomerschoolweek, van 15-17 augustus) een flink stuk lezen, in doorlopende sessies van 10.00 tot 16.00. De leesgroep is geschikt voor studenten die al redelijk vlot Latijn kunnen lezen. Schrijf je je in voor dit onderdeel, dan kun je die dagen dus geen andere vakken volgen.

Zie ook: http://www.zomerschoolklassieken.nl. Primair bedoeld voor middelbare scholieren en studenten, maar ook druk bezocht door bijvoorbeeld docenten klassieke talen en andere belangstellenden. Op de website kun je je inschrijven tot 1 juli 2016.