Tijdens de crematieplechtigheid van Chris Heesakkers op woensdag 5 december 2018 sprak Anton van der Lem het volgende levensbericht uit:

Lieve Chris en Wil, lieve kinderen.

Een oratio funebris – en hoeveel zijn er niet door je handen gegaan? – klinkt in het Nederlands als levensbericht zoveel zachter en veelzeggender dan het woord grafrede. Voor je bijdragen aan de levende wetenschap wil ik je hier onze dankbaarheid uitdrukken.

Voor de vele leerlingen, collega’s en onderzoekers  die je dierbaar waren, was en blijf jij de grootmeester in de klassieke traditie en het Neolatijn. Een grootmeester die ook grootmoedig was, die anderen ruimhartig en minzaam in zijn kennis liet delen, op wie niemand ooit vergeefs een beroep deed. Je onderscheidde je als filoloog door je buitengewone eruditie. Je was zo vertrouwd met de Griekse en Latijnse epiek en lyriek, dat je met graagte Neolatijnse ontleningen uit het Grieks blootlegde. Een editie die naliet zulke verwijzingen te signaleren schoot in jouw ogen tekort. Zelf was je niet alleen een uiterst precies en bijzonder productief uitgever van Latijnse teksten, je blijft ook vermaard om je nauwgezette vertalingen. Telkens wist jij het woord te treffen dat het dichtst bij het Latijn bleef, en in het Nederlands toch soepel en elegant klonk. Levenslang heb je zo ook aan een breder publiek kunnen laten zien dat een groot deel van onze vaderlandse letterkunde niet in het Nederlands maar in het Latijn is geschreven.

Ook jij moest bij het begin beginnen. Als zoon uit een kinderrijk boerengezin bij Berlicum begon je aan het kleinseminarie van Heeswijk-Dinter, in het land waar men nog ‘hulders en wulders’ zei. Een van je klasgenoten van het kleinseminarie bracht jou de afgelopen maanden nog regelmatig een bezoek. Boven de wijngaard des Heeren verkoos je de studie klassieke talen en je academische loopbaan startte bij Bijzondere Collecties aan de Leidse Universiteit. Hier beschreef je de brieven van vroeg-moderne Nederlanders uit Noord en Zuid, en je stond daarmee aan de wieg van de Catalogus Epistularum Neerlandicarum. Je raakte geboeid door leven en werk van Janus Dousa. Voor je proefschrift beperkte je je wijselijk tot de brieven tussen Janus Dousa en zijn Vlaamse vriend Victor Giselinus en tot een zorgvuldige analyse van Dousa’s eerste gedichtenbundel. Op 24 november 1976 promoveerde je in Leiden bij Waszink en je proefschrift droeg je op uxori carissimae, aan je heel dierbare echtgenote, eveneens classica Wil Heesakkers-Kamerbeek.  Nog geen jaar later aanvaardde je de uitnodiging van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen om toe te treden tot de redactie voor de uitgave van alle werken van Erasmus, de zogeheten ‘Amsterdamse uitgave’.

Toegewijder en trouwer volgeling heeft Dousa nooit gehad. Bij tal van gelegenheden binnen en buiten Leiden heb je over hem gesproken en geschreven. Onbetwist hoogtepunt vormde je facsimile-uitgave in het lustrumjaar 2000 van het album amicorum van Dousa, gemaakt in nauwe samenwerking met André Bouwman. Dousa, met een halve pleiade aan zonen en een hele pleiade aan geleerde vrienden werden allemaal jouw vertrouwelingen en daarmee ook de onze: Hadrianus Junius, Petrus Bertius, Bonaventura Vulcanius, Lipsius en Scaliger, op Dousa’s aandringen aan onze universiteit verbonden, en nog vele anderen. De Koninklijke Vlaamse Academie van België heeft je van nabij betrokken bij haar prestigieuze project het volledige brievencorpus van Lipsius uit te geven. Je hebt alle delen die tot nu toe verschenen zijn én het deel dat ter perse is, zorgvuldig nagelezen en de editoren heel wat nuttige tips gegeven. Op het terrein van de alba amicorum was je pionier en meester tegelijk door samen met Kees Thomassen de Nederlandse alba in kaart te brengen, uit tal van bibliotheken in binnen- en buitenland, bekroond door een prachtige tentoonstelling en catalogus. In perfecte harmonie tussen Noord en Zuid maakte je met de Vlaming Marcus De Schepper de Bibliographie de l’humanisme des anciens Pays-Bas, met alles erop en eraan.

Vele jaren ben je als docent Neolatijn verbonden geweest aan de Universiteit van Amsterdam; eerst bij het Instituut van die naam, daarna bij de vakgroep Nederlands. In 1982 had je een groot aandeel in de herdenking van de stichting van het Amsterdamse Athenaeum Illustre in 1632. Vervolgens was het weer de Universiteit Leiden die je gaf wat je verdiende: de leerstoel voor Neolatijn, vanwege het Leidsch Universiteits Fonds. Als docent en hoogleraar in respectievelijk Amsterdam en Leiden heb je je vleugels wijder, veel wijder kunnen uitslaan. Classici en neolatinisten uit allerlei landen kwamen als vanzelf naar je toe. Internationaal waren de uitnodigingen om te spreken op congressen of zitting te nemen in promotie-commissies. Je bent de stamvader van flink wat promoti, die je uitnodigde voor een diner toen er einde kwam aan je ius promovendi. Voor elk van hen had je een persoonlijk woord. En zoals wij allemaal weten was ‘genoeglijk’ een jou dierbaar woord, dat je vaak gebruikte, zeker die avond. Je was een vriendelijke en onderhoudende congrestijger: je ontbrak zelden bij de Erasmus Birthday Lecture (die je in 2002 zelf uitsprak) en graag nam je deel aan de driejaarlijkse bijeenkomsten van de International Association of Neo-Latin Studies.

Je zei zelden nee. Je publiceerde over tal van onderwerpen in tal van talen. Nu ik als medewerker van de Leidse UB de eer heb je papieren te mogen ordenen en beschrijven zie ik pas goed hoe groot je productie is, en in welke talen je publiceerde en correspondeerde: niet alleen in het Frans, Duits en Engels, maar ook in het Italiaans en Spaans. Spanje, dat na je emeritaat een bijzondere liefde van je werd en waar je een graag genode gast was. Uit je nalatenschap heeft Wil een heel tastbaar blijk van je belangstelling aan de UB Leiden geschonken: honderdvijftig boeken in het Spaans over het humanisme in Spanje in de vijftiende en zestiende eeuw.

Jij, met je liefde voor het Neolatijn, besefte dat wanneer een vakgebied wil groeien, het ook een zekere organisatie moet kennen. Je werd dus een van de oprichters van het Neolatinistenverband, dat de kenners en liefhebbers bijeen moet krijgen en bijeen moet houden. Het mondde uit in jaarlijkse bijeenkomsten en een mededelingenblad, eerst op papier, nu digitaal. Dat je telkens zoveel verplichtingen vrijwillig op je nam en je hart je altijd ja ingaf als iemand vroeg om een tekst te vertalen of een teksteditie na te kijken, is iets waarmee je onbedoeld je eigen werk te kort deed. De vele studies over Dousa leidden wel, met Wilma Reinders, tot een bescheiden biografische schets voor het bredere publiek. De grote Dousa-studie die men weliswaar onuitgesproken van je verwachtte is er niet gekomen. Degene die het nu zou aandurven het boek over Dousa te schrijven, vindt in jouw publicaties het fundament. Je vrouw Wil, als classica ook in je werk steun en toeverlaat, hielp je bij het realiseren van een andere, lang gekoesterde wens: de uitgave van Erasmus’ polemiek met Alberto Pio, voor de Amsterdamse Opera omnia – een editie die gelukkig in 2015 in Den Haag gepresenteerd kon worden.

Lieve Chris, bij een van mijn bezoeken het afgelopen jaar bracht ik een platenboek over Zwitserland voor je mee, een ouderwets boek met kleurenfoto’s en in een grote letter. Je genoot van de afbeeldingen en je ogen en vingers dwaalden over de tekst. Tot je vinger stil hield en je tot mijn verrassing zei: ‘Erasmus’. We kennen allemaal de ‘fijne glimlach’ van Erasmus, die zichzelf een ‘christianus infirmissimus’ noemde, een gebrekkig christen. Jouw lach en minzaamheid, Chris, christianus, waren guller en blijer dan de zijne. Jouw lach en beminnelijkheid zullen ons bijblijven en tot steun zijn. Daarvoor en voor je onvermoeibare inzet voor het Neolatijn blijven wij allemaal je heel dankbaar.

Anton van der Lem

Met dank aan Wil Heesakkers-Kamerbeek, Jeannine De Landtsheer, Dirk van Miert, Marcus De Schepper en Arnoud Visser.

Ons bereikte het droevige bericht dat afgelopen woensdag 28 november Chris Heesakkers, oprichter van het Neolatinistenverband en emeritus hoogleraar Neolatijn aan de Universiteit Leiden, op 83-jarige leeftijd is overleden. Hierbij wil het bestuur van het verband zijn echtgenote Wil en hun kinderen Driek en Tanna condoleren.

Er is mogelijkheid afscheid te nemen van Chris in het uitvaartcentrum van coöperatie DELA, Laan Te Rhijnhof 4, Leiden, op dinsdag 4 december van 19.15 tot 20.00 uur. De crematieplechtigheid wordt gehouden op woensdag 5 december om 11.30 uur in de Jan Steen-aula, Crematorium Rhijnhof, Laan Te Rhijnhof 4, Leiden. De rouwkaart kunt u hier downloaden.

Ons bereikte het droevige bericht dat op zondag 7 oktober de markante Rotterdamse uitgever Willem Donker op 79-jarige leeftijd is overleden. Hij heeft veel van en over Erasmus uitgegeven, waaronder de bijna voltooide volledige correspondentie van Erasmus in een Nederlandse vertaling – wat hij zijn ‘magnum opus’ noemde. Begin dit jaar verscheen er nog een artikel in NRC Handelsblad over hem en de uitgeverij, opgezet door en vernoemd naar zijn vader Ad. Donker: https://www.nrc.nl/nieuws/2018/02/22/80-jaar-buitenstaander-a1593090.

Het afscheid is op vrijdag 12 oktober om 11.00 uur in de Hoflaankerk in Rotterdam-Kralingen, hoek Oudedijk-Hoflaan:

Ons bereikte het droevige nieuws dat op maandag 13 augustus Ann Moss is overleden. Moss was emerita hoogleraar Frans aan de Universiteit van Durham en lid van de British Academy. Ze had zich gespecialiseerd in vroegmodern Frans, en Latijnse literatuur en intellectuele geschiedenis:

Ann Moss was Emerita Professor in the French Department; her many publications on aspects of the classical tradition include Latin commentaries on Ovid from the Renaissance; Ovid in Renaissance France: a survey of the Latin editions of Ovid and commentaries printed in France before 1600; Printed Commonplace Books and the Structuring of Renaissance Thought (a history, among other things, of the transmission and application of ancient thought through collected quotations); and Renaissance Truth and the Latin Language Turn (an investigation of intellectual and cultural change mediated through changes in Latin usage).

De afscheidsplechtigheid vindt in september in Durham plaats.

Per 20 februari 2018 is Els Rose benoemd tot hoogleraar Laat- en Middeleeuws Latijn aan de Universiteit Utrecht. De leerstoel is ondergebracht bij het Departement Talen, Literatuur en Communicatie en richt zich op onderwijs en onderzoek op het gebied van de Latijnse taal- en letterkunde van de late oudheid en de Middeleeuwen.

Els Rose is sinds 2008 als UD en sinds 2010 als UHD werkzaam bij het departement Talen, Literatuur en Communicatie en is coördinator van de minoren Grieks en Latijn. Zij is als onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Medieval Studies, waarvan zij sinds 2013 de voorzitter is. Zij verwierf na haar promotie in 2001 drie onderzoeksbeurzen in het kader van NWO Vernieuwingsimpuls: een VENI (2003), VIDI (2007) en VICI (2017). In het kader van haar VICI-project (2017-2022) doet zij met twee promovendi en twee postdocs onderzoek naar burgerschapsdiscoursen in de vroege Middeleeuwen. Zie voor verdere informatie ook het nieuwsbericht op de website van de Universiteit Utrecht: https://www.uu.nl/nieuws/els-rose-benoemd-tot-hoogleraar-laat-en-middeleeuws-latijn.

Lectori Salutem.

This year Humanistica Lovaniensia. Journal of Neo-Latin Studies will undergo some significant changes in response to the evolving scholarly landscape.

After a half-century of annually printed editions, first under the pioneering editorship of Jozef IJsewijn (1968-1998) and then under his successors Gilbert Tournoy (1999-2008) and Dirk Sacré (2009-2017), the incoming editors are transferring the journal to an online-only format. As an open access journal Humanistica Lovaniensia wishes to embrace the ideal of scholarship accessible to all and to reach out to a more extended readership.

All new issues will be downloadable for free from from humanistica.be. The website also displays the Table of Contents of the issues published before 2018, which are available in print at Leuven University Press and digitally on JSTOR.

The Spring 2018 issue (volume 67.1) will be published at the end of March, containing the following articles:

– Hester Schadee, A Tale of Two Languages. Latin, the Vernacular, and Leonardo Bruni’s Civic Humanism

– Tedd A. Wimperis, A Humanist Autograph Lost and Found. Mattia Lupi’sAnnales Geminianenses

– Quinn Griffin, “Salve atque vale, aselle.” Satire and Consolation in Laura Cereta’s In asinarium funus oratio

– Tobias Daniels, Die Bücher des Humanisten Christophe de Longueil. Das Römische Inventar von 1519

– Harry Vredeveld, The Fairytale of Nicholas Denisot and the Seymour Sisters

– Francesco Cabras, Presenze omeriche e oraziane negli Elegiarum libri quattuor di Jan Kochanowski. L’Iliade e i Carmina oraziani nell’elegia 3.7

Please register to receive the Table of Contents for each new issue. Subscribers’ details will not be shared with third parties.

 

Humanistica Lovaniensia. Journal of Neo-Latin Studies (online ISSN 2593-3019) is a KU Leuven based double-blind peer-reviewed international journal that appears twice a year (March and September) as an online-only open access publication. With an open and inclusive attitude to both readers and contributors from all disciplines, it seeks to bring together authors and readers to whom Neo-Latin is important, whether as medium or as message. It welcomes articles in English, French, German, Italian and Spanish on Neo-Latin language, literature and culture from the fourteenth to the twenty-first century, as well as critical editions and translations of Neo-Latin texts.

Editors

Jeroen De Keyser (KU Leuven), General Editor
Tom Deneire (Universiteit Antwerpen)
Victoria Moul (King’s College London)
Aline Smeesters (Université catholique de Louvain)
Arnoud Visser (Universiteit Utrecht)

Editorial Assistants
Marijke Crab (KU Leuven)
Fabio Della Schiava (KU Leuven)
Ide François (KU Leuven)
Christophe Geudens (KU Leuven)

Institutional Board (ex officio)
Jan Papy (KU Leuven)
Gert Partoens (KU Leuven)
Toon Van Houdt (KU Leuven)

Advisory Board
Jan Bloemendal (Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis)
Maurizio Campanelli (Università di Roma ‘La Sapienza’)
Guido Cappelli (Università di Napoli ‘L’Orientale’)
Jean-Louis Charlet (Université d’Aix-Marseille)
Alejandro Coroleu Lletget (ICREA, Universitat Autònoma de Barcelona)
Susanna de Beer (Universiteit Leiden)
Jeanine De Landtsheer (KU Leuven)
Ingrid De Smet (University of Warwick)
Alison Frazier (University of Texas at Austin)
Felipe González-Vega (Universidad del País Vasco)
Estelle Haan (The Queen’s University of Belfast)
Heinz Hofmann (Universität Tübingen)
Lambert Isebaert (Université catholique de Louvain)
Sarah Knight (University of Leicester)
Andrew Laird (Brown University, Providence)
John Monfasani (The University at Albany, SUNY)
Monique Mund-Dopchie (Université catholique de Louvain)
Włodzimierz Olszaniec (Uniwersytet Warszawski)
Marianne Pade (Det Danske Institut i Rom)
Clémence Revest (CNRS Paris)
Dirk Sacré (KU Leuven)
Hester Schadee (University of Exeter)
Florian Schaffenrath (Ludwig Boltzmann Institute, Innsbruck)

Claudia Schindler (Universität Hamburg)

Keith Sidwell (University of Calgary)
Luigi Silvano (Università degli Studi di Torino)
Luka Špoljarić (Sveučilište u Zagrebu)

Annika Ström (Södertörns Högskola, Huddinge)

Gilbert Tournoy (KU Leuven)
Harm-Jan van Dam (Vrije Universiteit Amsterdam)

 

You can download this announcement in PDF here: HL Open Access.

 

 

Afgelopen zaterdag heeft Emma Mojet de Elsevier Weekblad/Johan de Witt-scriptieprijs gewonnen voor haar masterscriptie over vroegmoderne wiskunde, Early Dutch Interest in Newtonian Mathematics, die zij schreef als student aan de Utrechtse research master History and Philosophy of Science. Bezoekers van de Neolatinistendag in oktober zullen haar kennen, omdat zij daar sprak over een brief van Adriaen Verwer aan David Gregory over Newtoniaanse wiskunde. Al eerder had zij hiervoor de scriptieprijs van de Dr. C. Louise Thijssen-Schoute Stichting gewonnen. Lees meer op de website van Elsevier.

Ons bereikte het droevige nieuws dat afgelopen vrijdag Fokke Akkerman op 86-jarige leeftijd is overleden. Akkerman was een veelzijdig geleerde en een instituut van de klassieke Neolatijnse filologie. De uitvaart zal aanstaande vrijdag 20 januari om 13.30 uur in Groningen plaatsvinden. Bijgevoegd vindt u de rouwkaart, waarin ook de bijzonderheden met betrekking tot de uitvaartplechtigheid staan. Piet Steenbakkers schreef een bericht over het leven van Akkerman:

 

Levensbericht Fokke Akkerman (1930–2017)

fokke-akkerman

Op vrijdag 13 januari 2017 is dr Fokke Akkerman onverwacht overleden. Zijn vrouw, Frouke Akkerman-de Vries, was hem op 1 januari voorgegaan.

Fokke Akkerman werd op 27 april 1930 geboren in Noorddijk, onder de rook van de stad Groningen, als vierde van vijf kinderen. Zijn Friese ouders hadden zich in Groningen gevestigd omdat de omstandigheden daar gunstiger waren voor hun boerenbedrijf. Fokke was trots op die achtergrond. Een week voor zijn dood wees hij mij op een oude zwart-wit foto van zijn ouders voor hun boerderij, en zei: “Als iemand wil weten wie ik ben: dit is waar ik vandaan kom.” Hij sprak vloeiend Fries, en bleef dat tot het laatst doen met zijn oudere zuster, met wie hij dagelijks belde. Fokke heeft zijn leven lang een speciale liefde gekoesterd voor poëzie, in het Fries zowel als in andere talen.

Toen hij in Groningen de Rijks-HBS had doorlopen, had Fokke zijn zinnen gezet op een studie Nederlands. Daarvoor was toen een gymnasium-diploma vereist, met klassieke talen. Op het avondgymnasium maakte hij in 1949 kennis met Frouke de Vries, die Frans wilde gaan studeren. Ze zijn in 1957 getrouwd. Fokke had uiteindelijk niet voor Nederlands gekozen, maar voor Grieks en Latijn. Aanvankelijk gingen ze beiden het middelbaar onderwijs in, Fokke als leraar klassieke talen, Frouke als lerares Frans. Op 1 september 1960 kreeg Fokke een aanstelling als latinist aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar hij 35 jaar is blijven werken, tot zijn pensionering in april 1995. Vanaf het midden van de jaren zeventig ontwikkelde hij een speciale belangstelling voor het Neolatijn, dat in en na de renaissance tot bloei kwam. Op 26 juni 1980 promoveerde Fokke aan de RUG op het proefschrift Studies in the Posthumous Works of Spinoza. Op 1 december 1985 kreeg hij de functie van universitair hoofddocent met als opdracht het Neolatijn. Tot zijn taken hoorde ook het vervaardigen van de officiële Latijnse vertalingen van doctoraalbullen van de Groningse universiteit.

Als wetenschapper was Fokke Akkerman buitengewoon veelzijdig. Hij heeft in het Nederlands, Frans, Duits en Engels gepubliceerd over Neolatijn en humanisme in het algemeen, en over het noordelijk humanisme, Rudolf Agricola en Benedictus de Spinoza in het bijzonder. De thema’s lopen zeer uiteen: leerdichten, de antieke komedie, de humanistenbrief; maar ook: onderwijs, vertalen, muziek, Neolatijnse poëzie, Neolatijn als rijk instrument; en – heel uitgesproken – Groningen, en in dat kader Agricola, Wessel Gansfort en Ubbo Emmius; ten slotte natuurlijk Spinoza, in vele aspecten. Fokke raakte in de jaren zeventig betrokken bij het vertalen van diens werken voor de Vereniging Het Spinozahuis. Bij een groter publiek is hij vooral bekend geworden door zijn schitterende vertalingen van Spinoza’s brieven, de Beginselen van de wijsbegeerte en het Theologisch-politiek traktaat. Hij verdedigde tot het laatst hartstochtelijk de zeggingskracht en wendbaarheid van het Neolatijn, tegen het dedain waarmee deze late loot aan de stam van het Latijn door veel classici werd (en wordt) bejegend. Zijn kennis en ervaring heeft hij ook in de redactiecommissie van de Opera Omnia van Erasmus ingezet.

Na zijn pensionering is Fokke Akkerman doorgegaan met publiceren. Nog in 2016 verscheen van hem (in samenwerking met Adrie van der Laan) Rudolf Agricola: Brieven, levens en lof, van Petrarca tot Erasmus. Een selectie van zijn artikelen tot 1995 (met bibliografie) is ook digitaal beschikbaar onder de titel Met iets van eeuwigheid: Een keuze uit het werk van F. Akkerman.

Als docent heeft Fokke Akkerman een aantal generaties studenten Latijn bijgebracht. Hij was een geboren leraar en begenadigd spreker, die zijn publiek altijd wist te boeien. Zijn ruime opvatting van het vak en zijn open oriëntatie leverde ook Nachwuchs op. Fokke heeft op zeer persoonlijke wijze bijgedragen aan de vorming van vele classici, historici en filosofen. En misschien wel het belangrijkste: Fokke Akkerman was een warme, innemende, eigenzinnige man.

 

Piet Steenbakkers, 17 januari 2017

 

Website over Spinoza gaat live
‘The Spinoza Web’ ontsluit bekendste Nederlandse filosoof voor breed publiek

Lancering
Op 27 november 2016 heeft een onderzoeksteam van het Departement Filosofie en Religiewetenschap aan de Universiteit Utrecht een website over de Nederlandse filosoof Benedictus de Spinoza (1632-1677) gelanceerd. ‘The Spinoza Web’ is een open-access website is gericht op ontsluiting van zijn leven, gedachtegoed en netwerk voor een breed publiek, van niet-ingewijde belangstellenden tot specialisten.

Twee ingangen
Centraal in deze bèta-release staat de ‘Timeline experience’, waarin het verhaal van Spinoza wordt verteld aan de hand van rijk grafisch en ander ondersteunend materiaal. De ‘Database search’ geeft toegang tot een enorme hoeveelheid primaire bronnen en andere gegevens. Het streven is om op termijn zoveel mogelijk historische documenten centraal beschikbaar te stellen voor wetenschappers wereldwijd.

Uniek ontwerp
Samenwerking met een commerciële partner (reclamebureau Nijgh te Rotterdam) heeft geleid tot een aantrekkelijke website waarin origineel wetenschappelijk onderzoek verwerkt  wordt. Met het huidige ontwerp hoopt het onderzoeksteam ook een model te hebben ontwikkeld voor het digitaal presenteren van historische figuren.

‘Spinoza’s Web’
De website is een onderdeel van het ‘Spinoza’s Web’ project, gefinancierd door NWO (Vrije Competitie Geesteswetenschappen). Het onderzoeksteam bestaat uit projectleider Piet Steenbakkers, en postdocs Jeroen van de Ven en Albert Gootjes.

http://spinozaweb.org

unnamed

Dirk van Miert (Universiteit Utrecht) heeft de prestigieuze ERC (European Research Council) Consolidator Grant (2 miljoen euro) binnengehaald voor zijn onderzoek naar het ideaal van Open Science in vroegmodern Europa.

Open Science en Open Access zijn belangrijke thema’s in de huidige academische wereld. De meeste wetenschappers willen hun kennis vrij delen, ook al is er geen garantie dat ze er iets voor terug te krijgen. Blijkbaar gaan ze van uit een groter goed bij het delen van kennis. Waar komt dit ideaal vandaan?

Van Miert zoekt het antwoord in het kennisideaal van de zogeheten ‘Republiek der Letteren’: een gemeenschap van geleerden in de periode 1500-1800 die religieuze, politieke en talige grenzen oversteeg. Dankzij een ongeëvenaarde bron van honderdduizenden brieven, kan Van Miert onderzoeken hoe deze wetenschappers omgingen met het delen van kennis en een eigen culturele identiteit vormden.

De ERC Consolidator Grant bedraagt maximaal 2 miljoen euro per gehonoreerd project. Hiermee kunnen de onderzoekers zich vestigen als onafhankelijk onderzoeksleider. De ERC Consolidator Grant is bedoeld voor (ervaren) onderzoekers die 7 tot 12 jaar geleden zijn gepromoveerd. De ERC is in 2007 door de Europese Unie opgericht voor de financiering van baanbrekend onderzoek.

Lees meer over Van Miert’s onderzoek (in het Engels) op de website van de Universiteit Utrecht.

Post Navigation