Tom Deneire en Bertin Deneire, Nights in Flanders. Joseph Alfred Bradney, Latin Poet of the Great War (s.l.: Lulu Press, 2019).

It is a little-known fact that during the Great War of 1914-1918 a handful of people wrote war poetry in Latin. Not from the safety of their book-laden desks, but very much with their boots in the mud. The most prolific of these Latin war poets was Colonel Sir Joseph Alfred Bradney (1859-1923), who in 1919 even published a booklet Noctes Flandricae or Nights in Flanders with war poetry written in Belgium and France. This book tells the story of both his Latin poetry and his involvement in the Great War.

Bestellen kan via: http://www.lulu.com/shop/product-24367978.html.

Op 13 november is verschenen Theo Janssen, Printed Editions of Lorenzo Valla’s ​Elegantiae: Additions to the 1969/1971 census by Jozef IJsewijn and Gilbert Tournoy (Amsterdam: Stichting Neerlandistiek VU/Münster: Nodus Publikationen, 2019). Een bijzonder gedegen onderzoek naar de 234 drukken van Valla’s befaamde en invloedrijke boek over de goede stijl in het Latijn van 1471 tot 1688 en hun digitale beschikbaarheid. Janssen vond 80 drukken die nog niet in IJsewijns and Tournoys lijst waren opgenomen; dit was mogelijk door de vele internetbronnen die wij nu kunnen gebruiken en waarover IJsewijn en Tournoy destijds natuurlijk nog niet konden beschikken. Janssen traceerde ook relaties tussen verschillende drukken op basis van de eerste regels. Dit boek laat de verspreiding van Valla’s werk over Europa en door de tijd heen zien.

HUMANISTICA LOVANIENSIA
JOURNAL OF NEO-LATIN STUDIES

The Fall 2019 issue (volume 68.2) of HL has just been published online. You can read and download all articles for free on humanistica.be.

Table of Contents:

ARTICLES
– Jorge Ledo, Erasmus’ Translations of Plutarch’s Moralia and the Ascensian editio princeps of ca. 1513 (257-296)
– Filippomaria Pontani, Knocking on Charon’s Door. Andrea Dazzi’s Epigram for Julius II, and the Iulius exclusus (297-315)
– Matteo Stefani, Bonaventura Vulcanius traduttore della Catena in Ioannem (317-359)
– Konrad Löbcke, Paul Reichetanz, Praising through Intertext. On Jakob Liefer’s Literary Technique in the Neo-Latin Epic Bellum Sudense (361-377)

MISCELLANEA
– Fabio Della Schiava, Un codice di Federico Veterani alla Biblioteca Universitaria di Anversa (379-390)

Humanistica Lovaniensia. Journal of Neo-Latin Studies (online ISSN 2593-3019, doi.org/10.30986/hlDOAJPKPERIH PLUS) is a KU Leuven based double-blind peer-reviewed international journal that appears twice a year (March and September) as an online-only open access publication. HL welcomes articles in English, French, German, Italian and Spanish on Neo-Latin language, literature and culture from the fourteenth to the twenty-first century, as well as critical editions and translations of Neo-Latin texts.

De Vives-studies zijn verrijkt met twee publicaties van Joan Tello Brugal (Universiteit van Barcelona): ‘A Catalogue of the Works of Joan Lluís Vives: A Tentative Proposal’, Convivium 31 (2018), pp. 59-100, en Joan Lluís Vives, Presentació de les obres d’Aristòtil (De Aristotelis operibus censura), ed. Joan Tello Brugal (Barcelona: Societat Catalana de Filosofia, 2019).

Onlangs is een kritische editie met Engelse vertaling verschenen van Caspar Barlaeus’ Mercator sapiens: The Wise Merchant, ed. Anna-Luna Post en Corinna Vermeulen (Amsterdam: Amsterdam University Press, 2019).

On 9 January 1632, at the inauguration of the Amsterdam Illustrious School – the predecessor of the city’s university – Caspar Barlaeus delivered a speech that has continued to arouse the curiosity of researchers and the general public alike: Mercator sapiens. This famous oration on the wise merchant is now considered a key text of the Dutch Golden Age. At the same time it is surrounded by misunderstandings regarding Barlaeus himself, the nascent Illustrious School and Amsterdam’s merchant culture.

This volume presents the first English translation and the first critical edition of the Mercator sapiens, preceded by an introduction providing historical context and a fresh interpretation of this intriguing text.

Onlangs is verschenen: Josse Bade / Jodocus Badius Ascensius, Dwaze schepen / Stultiferae naues, red. Theo Janssen, inl. Anne-Marie De Gendt, vert. Harm-Jan van Dam (Amsterdam / Münster: Stichting Neerlandistiek VU / Nodus Publikationen, 2019.

Josse Bade schreef de tekst van zijn Stultiferae naues in 1498 voor zijn Parijse vriend en uitgever Angelbert de Marnef als een vervolg op Sebastian Brants Narrenschyff van 1494.

Eva, tot groot kwaad verleid door haar zintuigen, leidt vanaf haar moederschip een vloot van vijf sloepen die, hoe klein ook, toch heel veel passagiers kunnen opnemen. Elke sloep heeft een zintuig als kapitein, een vrouw die met haar betoverend gezang vrouwen en mannen poogt te verleiden bij haar scheep te gaan om af te varen naar een zalig land van eeuwig sensueel genot. Zo prijst de Dwaze Smaakzin met een vrolijke verlokkelijke toost begeerlijke heerlijkheden aan om met gretigheid naar uit te kijken.

Hier eet je een koningsmaal, ontbijt er als de goden en volle glazen geuren naar ambrozijn en nectar. Chic is het eten hier, verfijnd, geraffineerd en moeiteloos voor elk gehemelte gemaakt. Als Jupiter een gast aan dit banket zou zijn, dan zei hij ‘zoiets heb ik in de hemel niet’. Dus blijf niet als een zoutzak staan, betreed dit jacht, en over drie uur komt het gelukkig land in zicht.

In Bades fraai geïllustreerde Stultiferae naues komen enkele tradities samen: satire op menselijke dwaasheid, moraalfilosofische ideeën over de zintuigen en misogyne opvattingen of, beter gezegd, misvattingen. Kort na het verschijnen van Bades boekje wordt de vraag wat dwaasheid (stultitia) en wat wijsheid (sapientia) is, onverbeterlijk beantwoord in Erasmus’ Laus Stultitiae.

Onlangs is verschenen: Martinus Becanus, On the Duty to Keep Faith with Heretics, ed. Wim Decock, vert. Isabelle Buhre, intr. Tobias Dienst en Christoph Strohm (Grand Rapids, MI: CLP Academic, 2019).

This work offers an extraordinary perspective on the early modern debates about toleration and the binding force of agreements between people of different Christian faiths. Drawing on principles of contract law developed by jurists and theologians from the School of Salamanca, the Jesuit controversialist Martinus Becanus (1563–1624) argues in favor of the duty to honor promises beyond confessional boundaries. Although hostile to religious freedom as a matter of principle, he acknowledges that a prince may have good reasons to grant exceptions. In particular circumstances the toleration of religious diversity may not only prevent greater evil, but also advance the greater good, especially by stimulating a kind of pious competition between confessional communities. This first English translation of Becanus’s De fide haereticis servanda allows modern scholars to discover a major work of one of the most prominent advocates of a permission concept of tolerance in the early modern period.

Onlangs is de handelsversie van het proefschrift van Karen Hollewand verschenen: The Banishment of Beverland: Sex, Sin, and Scholarship in the Seventeenth-Century Dutch Republic (Brill, 2019).

In 1679 Hadriaan Beverland (1650-1716) was banished from the province of Holland. Why was this humanist scholar exiled from one of the most tolerant parts of Europe in the seventeenth century? To answer this question, this book places Beverland’s writings on sex, sin, and scholarship in their historical context for the first time. Beverland argued that sexual lust was the original sin and highlighted the importance of sex in human nature, ancient history, and his own society. His audacious works hit a raw nerve: Dutch theologians accused him of atheism, he was abandoned by his humanist colleagues, and he was banished by the University of Leiden. By positioning Beverland’s extraordinary scholarship in the context of the seventeenth-century Dutch Republic, this book examines how his radical studies challenged the intellectual, ecclesiastical, and political elite, providing a fresh perspective upon the Dutch Republic in the last decades of its Golden Age.

De Fryske Akademy nodigt u hierbij graag uit voor de presentatie van het boek van Wiebe Bergsma (†), Gelovigen, dominees en geleerden. Opstellen over Friese en Nederlandse geschiedenis in de vroegmoderne tijd. Geredigeerd en ingeleid door Klaas van Berkel, Hans Cools en Hans Mol, m.m.v. Lydia Janssen (Uitgeverij Verloren, Hilversum 2019).

Wanneer: vrijdag 14 juni, 15:30 uur

Waar: Eekhoffzaal, Historisch Centrum Leeuwarden

Toegang: gratis, opgave vooraf is gewenst, via www.fryske-akademy.nl/bergsma

Zie de flyer voor meer informatie.

Post Navigation