De 20-delige reeks De correspondentie van Desiderius Erasmus, verschenen bij uitgeverij Ad. Donker, is onlangs gecomplementeerd met een registerdeel. Het is samengesteld door István Bejczy en bestaat uit een register van correspondenten en een register van persoonsnamen.

De complete reeks is online te raadplegen in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.

De voltooiing van de reeks heeft veel media-aandacht gegenereerd. In het bijzonder wil ik de volgende noemen:

Er verscheen een uitgebreid artikel in NRC Handelsblad van 22 oktober.

Daarnaast heeft Jos Exler, de weduwe van uitgever Willem Donker die de uitgave van de correspondentie heeft voortgezet, de complete reeks ten paleize aangeboden aan Koning Willem-Alexander. U vindt een verslag op de website van Blauw Bloed. Ook was er aandacht voor in de uitzending van 18 oktober (vanaf 1:00 min.).

Binnenkort zal verschijnen Stouter dan Despauter? Een biografie van Joannes Despauterius, de Ninovieter door Jaak Peersman (Ninove: Cultuurforum Ninove, 2020).

Joannes Despauterius, geboren in Ninove als Johannes Despaultre, behoort tot het selecte gezelschap van internationaal befaamde humanisten, tijdgenoten van Erasmus. Hij publiceerde tussen 1509 en 1519 een aantal grammaticale traktaten die al snel na zijn dood werden gebundeld en zo dé grammatica van het Latijn vormden. Er verschenen van zijn werk ruim 400 drukken in vele bewerkingen en samenvattingen.

Aan de biografische schets van Despauterius die Antonius Sanderus in 1642 in zijn Flandria Illustrata publiceerde, werden tot op heden relatief weinig nieuwe gegevens toegevoegd: 1480 als waarschijnlijk geboortejaar, mogelijke verwanten in Ninove (Janne den Espoutere, Joannes Despoutere), details over zijn tijd in Leuven, verwijzingen naar een eerste verblijf in 1508 te Komen, waar hij uiteindelijk in 1520 zou zijn overleden.

De Ninoofse classicus en historicus Jaak Peersman las de verzamelde werken van Despauterius door om een beter zicht te krijgen op leven, werk en persoonlijkheid van de beroemdste Ninovieter. Deze ‘close reading’ leverde verrassend veel nieuwe elementen op, gepresenteerd in vierentwintig paradigmata. Over het Ninoofse huisgezin waarin hij werd geboren en zijn schooltijd in Gent. Over zijn scherpe tong, waarmee hij, jaren voor de publicatie van zijn eerste traktaat, Erasmus reeds had afgeschrikt. Over zijn lespraktijk en pedagogie, zijn politiek en religieus gedachtegoed, zijn wisselende vrienden en vijanden. Maar ook over zijn sterfjaar – zeker niet 1520, maar wellicht 1521.

Despauterius bleef zich bij elke gelegenheid trots ‘de Ninovieter’ noemen, geboren in de stad die Sanderus ‘de oudste, de stoutste en de wijste der steden’ noemde. Stout was Despauterius zeker en vast. Hij was polemisch in zijn traktaten. In gedrukte brieven en pamfletten – de sociale media van zijn tijd – toonde hij zich zelfbewust en vrijmoedig tot ondiplomatisch brutaal. Ondanks zijn grenzeloze inzet voor de humanistische idealen, zijn methodische wetenschapsbeoefening en zijn ongetwijfeld goede bedoelingen, hield hij op het einde van zijn leven nauwelijks vrienden over.

Zie de flyer voor meer informatie en hoe te bestellen (17% korting bij voorinschrijving vóór 2 december 2020).

Onlangs is deel 75 in de reeks Elementaire Deeltjes over Erasmus van de hand van Jan Bloemendal verschenen:

Over Desiderius Erasmus Roterodamus doen nogal wat opvattingen de ronde. Hij staat te boek als theoloog die pleitte voor de eenheid van de Kerk, als ironicus die van alles en iedereen afstand nam en zichzelf buiten schot hield, als Bijbels humanist en als voorloper van de verlichting. Dit Elementaire Deeltje biedt een levensschets en inzicht in zijn veelzijdige gedachtegoed.

Jan Bloemendal, Elementaire Deeltjes 75 – Erasmus (Amsterdam: Athenaeum, 2020). Kijk voor meer informatie op de website van de uitgever.

Onlangs is het 17e deel van de Acta Conventus Neo-Latini verschenen: Acta Conventus Neo-Latini Albasitensis: Proceedings of the Seventeenth International Congress of Neo-Latin Studies (Albacete 2018), red. Florian Schaffenrath en María Teresa Santamaría Hernández (Leiden: Brill, 2020).

Every third year, the members of the International Association for Neo-Latin Studies (IANLS) assemble for a week-long conference. Over the years, this event has evolved into the largest single conference in the field of Neo-Latin studies. The papers presented at these conferences offer, then, a general overview of the current status of Neo-Latin research; its current trends, popular topics, and methodologies. In 2018, the members of IANLS gathered for a conference in Albacete (Spain) on the theme of “Humanity and Nature: Arts and Sciences in Neo-Latin Literature”. This volume presents the conference’s papers which were submitted after the event and which have undergone a peer-review process. The papers deal with a broad range of fields, including literature, history, philology, and religious studies.

Voor meer informatie, waaronder de inhoudsopgave, zie: https://brill.com/view/title/57218.

Onlangs is het volgende boek over het leven, werk en de poëzie van de Luxemburger Nicolaus Mameranus (1500-1567) verschenen: Matthew Tibble, Nicolaus Mameranus: Poetry and Politics at the Court of Mary Tudor. With Appendices by Matthew Tibble and Gary Vos (Leiden: Brill, 2020). Het werk richt zich met name op Mameranus’ periode aan het Britse hof (i.t.t. zijn jaren in de Nederlanden en Spanje) en is de eerste moderne monografie die aan deze dichter gewijd is. De appendices bevatten onder andere een Latijnse tekst, vertaling en beknopte verantwoording van de tekstconstitutie van een aanzienlijk deel van zijn oeuvre. Zie ook: https://brill.com/view/title/55941.

GV

Inmiddels is in eigen beheer verschenen het magnum opus (naast zijn uiterst gedegen Schonaeus-studies) van Hans van de Venne, zijn uitgave van het Vriendenboek van Daniel van Vlierden (geb. 1572). Het kon worden gepubliceerd met financiële steun van het Hendrik Muller Vaderlands Fonds en de Vrienden van het Noord-Hollands Archief. Er zijn vijftig exemplaren van deze uitgave gemaakt, waarvan sommige door de KB naar instellingen in binnen- en buitenland worden verzonden als aanvulling op hun alba amicorum-verzameling, andere bestemd zijn voor degenen die Hans van de Venne hebben geholpen, en enkele exemplaren in vrije verkoop beschikbaar zijn. Wie een exemplaar zou willen aanschaffen (kosten: € 50), kan contact opnemen met Ad Leerintveld (ad.leerintveld@gmail.com), die dan kan meedelen of er nog een exemplaar beschikbaar is en hoe u dat kunt verwerven.

JB

Onlangs zijn de delen 18 en 19 van De correspondentie van Desiderius Erasmus, vertaald door respectievelijk Tineke ter Meer en István Bejczy, verschenen. Omdat deel 20 al eerder verschenen was, is hiermee de reeks voltooid! De Nederlandse vertaling was een initiatief van Theo Steens, die na het vertalen van de eerste vijf delen de Rotterdamse uitgever Willem Donker bereid vond de reeks uit te geven. Dankzij deze vliegende start en de inzet van Donker, een vast team van vertalers, redactieraad en corrector, en een stichting die voor de benodigde financiering heeft gezorgd, is dit mammoetproject na 16 jaar voltooid.

In oktober zal nog een registerdeel verschijnen dat tijdens een publieksbijeenkomst in Rotterdam zal worden gepresenteerd.

Spinoza, Œuvres IV: Ethica/Éthique. Texte établi par Fokke Akkerman et Piet Steenbakkers, traduction par Pierre-François Moreau, introduction et notes par Pierre-François Moreau et Piet Steenbakkers, avec annexes par Fabrice Audié, André Charrak et Pierre-François Moreau. Paris: Presses Universitaires de France, 2020. ISBN 978-2-13-081149-7, 696 pages, €32. https://www.puf.com/content/Œuvres_IV_-_Éthique_0

The Latin text is based on Spinoza’s Opera posthuma of 1677, which has been collated systematically with the 1677 Dutch version in De nagelate schriften and with the Vatican manuscript (copied from Spinoza’s completed autograph between November 1674 and May 1675, but only discovered in 2010). It is accompanied by a scrupulous new translation. The introduction examines the textual history of the work from its genesis to recent editions and translations, and presents an account of the constitution of the Latin text and of the principles governing the French translation. Historical, lexical and conceptual clarifications are offered in the notes. Three appendices deal with the geometric examples, the excursion on the nature of bodies, and the structure of the theory of the affects. The book is completed by a glossary, a bibliography and an index of names.

An e-book version is forthcoming. (Please ignore the premature information on the publisher’s website about its being already available.)

Tom Deneire en Bertin Deneire, Nights in Flanders. Joseph Alfred Bradney, Latin Poet of the Great War (s.l.: Lulu Press, 2019).

It is a little-known fact that during the Great War of 1914-1918 a handful of people wrote war poetry in Latin. Not from the safety of their book-laden desks, but very much with their boots in the mud. The most prolific of these Latin war poets was Colonel Sir Joseph Alfred Bradney (1859-1923), who in 1919 even published a booklet Noctes Flandricae or Nights in Flanders with war poetry written in Belgium and France. This book tells the story of both his Latin poetry and his involvement in the Great War.

Bestellen kan via: http://www.lulu.com/shop/product-24367978.html.

Post Navigation