In november zal er een bundel verschijnen met artikelen van Jeanine De Landstheer over Lipsius, bijeengebracht en ingeleid door Marijke Crab en Ide François en voorzien van een biografische schets door Marcus de Schepper en Dirk Sacré, tezamen met een volledige lijst van al haar publicaties: In Pursuit of the Muses: A New Biography of Justus Lipsius. U kunt zich hierop voor 15 oktober intekenen en de bundel met korting aanschaffen. U zult dan ook opgenomen worden in de Tabula amicorum. Zie de flyer voor meer informatie. For the English version, click here.

‘Jeanine De Landstheer, who dedicated much of her professional life to the study of the celebrated humanist Justus Lipsius, passed away most unexpectedly and prematurely at the beginning of 2021.

To honour and remember her, Marijke Crab and Ide François collected some of Jeanine’s most important publications on Lipsius into one reference work. They selected eight wide-ranging contributions, written in either English or French, which each discuss key aspects of Lipsius’s multifaceted oeuvre. These articles are preceded by the important biography of Lipsius which Jeanine published in Dutch in 2006 as part of an exhibition catalogue for Leiden University Library. It has been translated into English by Jan Machielsen, thus fulfilling Jeanine’s frequently expressed wish to one day make this biography available to a wider audience.

Further included are an account of Jeanine’s life by Marcus de Schepper and Dirk Sacré, and a complete listing of her publications.

Jeanine De Landtsheer and Justus Lipsius held many things in common. In addition to their shared love of travel, animals, and flowers, they were both at their happiest when they were surrounded by their books. As both lived their life “in pursuit of the Muses”, this volume hopes to stand as a memorial not only to Lipsius’s life and scholarship, but to that of Jeanine as well.

In Pursuit of the Muses. The Life and Work of Justus Lipsius will be published on 22 November 2021 and is now available with a discount for those subscribing to the Tabula amicorum before 15 October.’

Op vrijdagnamiddag 21 januari 2022 zal de Onderzoeksgroep Latijn daarenboven een herdenkingsnamiddag voor Jeanine organiseren, waarop enkele lezingen over Lipsius gepaard zullen gaan met het ophalen van herinneringen aan Jeanine. Het programma en meer informatie volgen later nog.

Oud-bestuurslid van het Neolatinistenverband Dirk van Miert wordt per 1 oktober de nieuwe directeur van het Huygens ING van de KNAW, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur. Hij volgt Lex Heerma van Voss op die met pensioen gaat.

Dirk van Miert (1974) is momenteel universitair hoofddocent vroegmoderne cultuurgeschiedenis en hoofd van de afdeling Cultuurgeschiedenis van de Universiteit Utrecht. Hij legt zich toe op de vroegmoderne geschiedenis van universiteiten en geleerdheid. Ook geeft hij leiding aan een groot project (gefinancierd door de European Research Council) om met digitale technieken onderzoek te doen naar de ‘Republiek der Letteren’, de gemeenschap van geleerden en wetenschappers tussen 1500 en 1800.

Na zijn opleiding Latinistiek promoveerde Van Miert in 2004 aan de UvA op een universiteitshistorisch onderzoek. Als postdoc werkte hij aan het prestigieuze Warburg Institute in Londen aan een veelgeprezen kritische editie van de correspondentie van de geleerde Joseph Scaliger (1540-1609). Vervolgens schreef hij op het Huygens ING een monografie over de emancipatie van bijbelfilologie in de zeventiende-eeuwse Nederlandse Republiek. Daarna werkte hij aan de Universiteit Utrecht, waar hij onder meer college gaf over de geschiedenis van natuurwetenschappen en geesteswetenschappen en over de theorie van geschiedenis.

Met Dirk van Miert krijgt het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis een interdisciplinair geschoolde, bevlogen en creatieve directeur die verbindingen legt tussen de geschiedenis van politiek, literatuur en wetenschap. Hij heeft veel ervaring met digital humanities zonder daarbij de meer traditionele onderzoeksmethodes uit het oog te verliezen. Zijn expertise komt goed van pas in de lange termijnstrategie van het Huygens ING om via big data, duurzame digitale infrastructuur en digitale technieken grip te krijgen op de interactie van culturen en identiteiten in de Nederlandse geschiedenis.

Ons bereikte het ontstellende bericht dat dr. Jeanine De Landtsheer op 18 januari, haar verjaardag, is overleden. Zij was een van de trouwste leden van de kring van Neolatinisten in Nederland en daarbuiten. Als classica promoveerde ze in 1993 bij Jozef IJsewijn op een editie van Lipsius’ correspondentie van het jaar 1593. Ze groeide uit tot een eminent Lipsius-kenner die vele delen van de Iusti Lipsi Epistolae (ILE) heeft verzorgd en andere editoren begeleidde. Zij bekleedde tal van bestuurstaken en vervulde als aanspreekpunt, vraagbaak en blijmoedige gesprekspartner op congressen en andere bijeenkomsten een spilfunctie. Lipsius genoot haar grote voorliefde, maar ze richtte zich ook op andere humanisten, onder wie Erasmus, van wie ze Gesprekken, Spreekwoorden en werken over de opvoeding prachtig vertaalde. Ze was een zeer kundige, gedreven, en vasthoudende onderzoeker, en bovenal een hartelijke collega die altijd bereid was hulp te bieden. Ze is 67 jaar geworden. We zullen haar zeer missen en houden haar nagedachtenis in ere.

De afscheidsplechtigheid voor Jeanine op vrijdag 22 januari is via deze link terug te zien: https://youtu.be/gUvIfKqNBfM. De rouwkaart kunt u hier downloaden (een Engelse versie is hier te vinden).

JB

Onlangs is Titivillus gelanceerd, een nieuw programma om de spelling van Latijn en oud-Grieks in Word-documenten te controleren. Het is gratis te downloaden voor Windows via: www.riedlberger.de/titivillus. Voor Neo-Latijn is het programma misschien minder bruikbaar vanwege de idiosyncratische spelling van sommige auteurs of drukkers, maar de orthografische conventies kunnen naar eigen voorkeur aangepast worden.

De 20-delige reeks De correspondentie van Desiderius Erasmus, verschenen bij uitgeverij Ad. Donker, is onlangs gecomplementeerd met een registerdeel. Het is samengesteld door István Bejczy en bestaat uit een register van correspondenten en een register van persoonsnamen.

De complete reeks is online te raadplegen in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.

De voltooiing van de reeks heeft veel media-aandacht gegenereerd. In het bijzonder wil ik de volgende noemen:

Er verscheen een uitgebreid artikel in NRC Handelsblad van 22 oktober.

Daarnaast heeft Jos Exler, de weduwe van uitgever Willem Donker die de uitgave van de correspondentie heeft voortgezet, de complete reeks ten paleize aangeboden aan Koning Willem-Alexander. U vindt een verslag op de website van Blauw Bloed. Ook was er aandacht voor in de uitzending van 18 oktober (vanaf 1:00 min.).

Op 28 augustus j.l. is Sybren Sybrandy op 78-jarige leeftijd overleden. Hij was opgeleid als classicus en werkte ruim 30 jaar bij de Universiteitsbibliotheek Groningen, waarvan lange tijd als hoofd van de vakreferenten. Samen met bibliothecaris Alex Klugkist schreef hij Van knekelhuis tot kloppend hart. Geschiedenis van de bibliotheek van de RUG, 1615 tot heden. Hij was lid van de Fryske Akademie en schreef veel in het Fries. Zijn interesse in Friesland combineerde hij met die in het Neolatijn, wat onder andere resulteerde in Geldzucht en godsvrucht. Een bloemlezing uit de brieven van rector Reinerus Neuhusius (1608-1679) (samen met Piter van Tuinen), en artikelen over de Franeker academie en Erasmusliteratuur in Friesland.

Het Poolse National Science Centre (NCN) heeft een subsidie aan Jan Waszink toegekend voor zijn onderzoeksproject ‘The Secularisation of the West: Tacitism from the 16th to the 18th century’ in het kader van hun programma Opus 18. Deze subsidie is vergelijkbaar met de Vidi-subsidie van NWO. Zie voor meer informatie over het project: https://ncn.gov.pl/sites/default/files/listy-rankingowe/2019-09-16/streszczenia/467872-en.pdf.

Op 9 april j.l. is pater dr. C.S.M. Rademaker ss.cc. op 89-jarige leeftijd overleden. Hij had zijn heup gebroken en in het ziekenhuis bleek dat hij het Coronavirus bij zich droeg.​ Cor Rademaker was een veelzijdig mens, die priester was en jarenlang provinciaal overste en historicus van zijn orde, maar ook een Erasmus- en Vossiuskenner, musicus en componist, archivaris, en nog veel meer. Hij studeerde filosofie, theologie en geschiedenis. Aan het begin van zijn wetenschappelijke werk schreef hij een biografie van Gerardus Johannes Vossius, waarvan hij drie versies publiceerde, in 1967, 1981 en 1999. Jarenlang was hij lid en penningmeester van de Erasmuscommissie en de Conseil International pour l’édition des oeuvres complètes d’Érasme. In de Erasmi Opera Omnia (ASD) gaf hij enkele Psalmcommentaren en enkele preken uit, in de delen V, 3 (1986) en V, 7 (2013). In 2019 verscheen deel VIII, 1, waarin hij een groot aandeel had met de uitgave van de praefationes bij de kerkvaders, iets wat zijn hart had. Ik denk met genoegen terug aan het plezier dat hij beleefde toen hij het deel in handen kreeg. Hij was tot het laatst toe actief. In hem is een erudiet, veelzijdig en warm mens gestorven, en een groot geleerde. We gedenken hem met respect en warmte. Gegeven de omstandigheden vindt zijn uitvaart in kleine kring plaats.

JB

Jan Bloemendal heeft een NWO Open Competitie-subsidie toegekend gekregen voor zijn project ‘TransLatin: De transnationale impact van Latijns toneel uit de vroegmoderne Nederlanden, een kwalitatieve en computationele analyse’. Daarmee is een bedrag van 750.000 euro gemoeid, waarmee hij vier jaar lang twee postdocs (op het gebied van Neolatijn en Digital Humanities) en een onderzoeksassistent kan aanstellen, alsook IT-hulp kan inroepen.

In de Renaissance en erna ging literatuur over grenzen heen, vooral toneelschrijvers uit verschillende landen beïnvloedden elkaar, omdat hun stukken overal werden gelezen en opgevoerd. Latijns toneel, in het bijzonder dat uit de Nederlanden, speelde een belangrijke rol in dit proces. Dit project zoekt uit hoe dat gebeurde met historisch onderzoek en moderne computertechnieken. Netwerken tussen toneelschrijvers en de migratie van thema’s, motieven en formuleringen zullen worden opgespoord en geanalyseerd. Zo zullen we met een ‘transnationale’ blik laten zien dat Nederland meer ingebed was in Europa dan we dachten, en een nieuwe literatuurgeschiedenis schrijven van het vroegmoderne toneel.

Post Navigation