Het Poolse National Science Centre (NCN) heeft een subsidie aan Jan Waszink toegekend voor zijn onderzoeksproject ‘The Secularisation of the West: Tacitism from the 16th to the 18th century’ in het kader van hun programma Opus 18. Deze subsidie is vergelijkbaar met de Vidi-subsidie van NWO. Zie voor meer informatie over het project: https://ncn.gov.pl/sites/default/files/listy-rankingowe/2019-09-16/streszczenia/467872-en.pdf.

Op 9 april j.l. is pater dr. C.S.M. Rademaker ss.cc. op 89-jarige leeftijd overleden. Hij had zijn heup gebroken en in het ziekenhuis bleek dat hij het Coronavirus bij zich droeg.​ Cor Rademaker was een veelzijdig mens, die priester was en jarenlang provinciaal overste en historicus van zijn orde, maar ook een Erasmus- en Vossiuskenner, musicus en componist, archivaris, en nog veel meer. Hij studeerde filosofie, theologie en geschiedenis. Aan het begin van zijn wetenschappelijke werk schreef hij een biografie van Gerardus Johannes Vossius, waarvan hij drie versies publiceerde, in 1967, 1981 en 1999. Jarenlang was hij lid en penningmeester van de Erasmuscommissie en de Conseil International pour l’édition des oeuvres complètes d’Érasme. In de Erasmi Opera Omnia (ASD) gaf hij enkele Psalmcommentaren en enkele preken uit, in de delen V, 3 (1986) en V, 7 (2013). In 2019 verscheen deel VIII, 1, waarin hij een groot aandeel had met de uitgave van de praefationes bij de kerkvaders, iets wat zijn hart had. Ik denk met genoegen terug aan het plezier dat hij beleefde toen hij het deel in handen kreeg. Hij was tot het laatst toe actief. In hem is een erudiet, veelzijdig en warm mens gestorven, en een groot geleerde. We gedenken hem met respect en warmte. Gegeven de omstandigheden vindt zijn uitvaart in kleine kring plaats.

JB

Jan Bloemendal heeft een NWO Open Competitie-subsidie toegekend gekregen voor zijn project ‘TransLatin: De transnationale impact van Latijns toneel uit de vroegmoderne Nederlanden, een kwalitatieve en computationele analyse’. Daarmee is een bedrag van 750.000 euro gemoeid, waarmee hij vier jaar lang twee postdocs (op het gebied van Neolatijn en Digital Humanities) en een onderzoeksassistent kan aanstellen, alsook IT-hulp kan inroepen.

In de Renaissance en erna ging literatuur over grenzen heen, vooral toneelschrijvers uit verschillende landen beïnvloedden elkaar, omdat hun stukken overal werden gelezen en opgevoerd. Latijns toneel, in het bijzonder dat uit de Nederlanden, speelde een belangrijke rol in dit proces. Dit project zoekt uit hoe dat gebeurde met historisch onderzoek en moderne computertechnieken. Netwerken tussen toneelschrijvers en de migratie van thema’s, motieven en formuleringen zullen worden opgespoord en geanalyseerd. Zo zullen we met een ‘transnationale’ blik laten zien dat Nederland meer ingebed was in Europa dan we dachten, en een nieuwe literatuurgeschiedenis schrijven van het vroegmoderne toneel.

Tijdens de crematieplechtigheid van Chris Heesakkers op woensdag 5 december 2018 sprak Anton van der Lem het volgende levensbericht uit:

Lieve Chris en Wil, lieve kinderen.

Een oratio funebris – en hoeveel zijn er niet door je handen gegaan? – klinkt in het Nederlands als levensbericht zoveel zachter en veelzeggender dan het woord grafrede. Voor je bijdragen aan de levende wetenschap wil ik je hier onze dankbaarheid uitdrukken.

Voor de vele leerlingen, collega’s en onderzoekers  die je dierbaar waren, was en blijf jij de grootmeester in de klassieke traditie en het Neolatijn. Een grootmeester die ook grootmoedig was, die anderen ruimhartig en minzaam in zijn kennis liet delen, op wie niemand ooit vergeefs een beroep deed. Je onderscheidde je als filoloog door je buitengewone eruditie. Je was zo vertrouwd met de Griekse en Latijnse epiek en lyriek, dat je met graagte Neolatijnse ontleningen uit het Grieks blootlegde. Een editie die naliet zulke verwijzingen te signaleren schoot in jouw ogen tekort. Zelf was je niet alleen een uiterst precies en bijzonder productief uitgever van Latijnse teksten, je blijft ook vermaard om je nauwgezette vertalingen. Telkens wist jij het woord te treffen dat het dichtst bij het Latijn bleef, en in het Nederlands toch soepel en elegant klonk. Levenslang heb je zo ook aan een breder publiek kunnen laten zien dat een groot deel van onze vaderlandse letterkunde niet in het Nederlands maar in het Latijn is geschreven.

Ook jij moest bij het begin beginnen. Als zoon uit een kinderrijk boerengezin bij Berlicum begon je aan het kleinseminarie van Heeswijk-Dinter, in het land waar men nog ‘hulders en wulders’ zei. Een van je klasgenoten van het kleinseminarie bracht jou de afgelopen maanden nog regelmatig een bezoek. Boven de wijngaard des Heeren verkoos je de studie klassieke talen en je academische loopbaan startte bij Bijzondere Collecties aan de Leidse Universiteit. Hier beschreef je de brieven van vroeg-moderne Nederlanders uit Noord en Zuid, en je stond daarmee aan de wieg van de Catalogus Epistularum Neerlandicarum. Je raakte geboeid door leven en werk van Janus Dousa. Voor je proefschrift beperkte je je wijselijk tot de brieven tussen Janus Dousa en zijn Vlaamse vriend Victor Giselinus en tot een zorgvuldige analyse van Dousa’s eerste gedichtenbundel. Op 24 november 1976 promoveerde je in Leiden bij Waszink en je proefschrift droeg je op uxori carissimae, aan je heel dierbare echtgenote, eveneens classica Wil Heesakkers-Kamerbeek.  Nog geen jaar later aanvaardde je de uitnodiging van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen om toe te treden tot de redactie voor de uitgave van alle werken van Erasmus, de zogeheten ‘Amsterdamse uitgave’.

Toegewijder en trouwer volgeling heeft Dousa nooit gehad. Bij tal van gelegenheden binnen en buiten Leiden heb je over hem gesproken en geschreven. Onbetwist hoogtepunt vormde je facsimile-uitgave in het lustrumjaar 2000 van het album amicorum van Dousa, gemaakt in nauwe samenwerking met André Bouwman. Dousa, met een halve pleiade aan zonen en een hele pleiade aan geleerde vrienden werden allemaal jouw vertrouwelingen en daarmee ook de onze: Hadrianus Junius, Petrus Bertius, Bonaventura Vulcanius, Lipsius en Scaliger, op Dousa’s aandringen aan onze universiteit verbonden, en nog vele anderen. De Koninklijke Vlaamse Academie van België heeft je van nabij betrokken bij haar prestigieuze project het volledige brievencorpus van Lipsius uit te geven. Je hebt alle delen die tot nu toe verschenen zijn én het deel dat ter perse is, zorgvuldig nagelezen en de editoren heel wat nuttige tips gegeven. Op het terrein van de alba amicorum was je pionier en meester tegelijk door samen met Kees Thomassen de Nederlandse alba in kaart te brengen, uit tal van bibliotheken in binnen- en buitenland, bekroond door een prachtige tentoonstelling en catalogus. In perfecte harmonie tussen Noord en Zuid maakte je met de Vlaming Marcus De Schepper de Bibliographie de l’humanisme des anciens Pays-Bas, met alles erop en eraan.

Vele jaren ben je als docent Neolatijn verbonden geweest aan de Universiteit van Amsterdam; eerst bij het Instituut van die naam, daarna bij de vakgroep Nederlands. In 1982 had je een groot aandeel in de herdenking van de stichting van het Amsterdamse Athenaeum Illustre in 1632. Vervolgens was het weer de Universiteit Leiden die je gaf wat je verdiende: de leerstoel voor Neolatijn, vanwege het Leidsch Universiteits Fonds. Als docent en hoogleraar in respectievelijk Amsterdam en Leiden heb je je vleugels wijder, veel wijder kunnen uitslaan. Classici en neolatinisten uit allerlei landen kwamen als vanzelf naar je toe. Internationaal waren de uitnodigingen om te spreken op congressen of zitting te nemen in promotie-commissies. Je bent de stamvader van flink wat promoti, die je uitnodigde voor een diner toen er einde kwam aan je ius promovendi. Voor elk van hen had je een persoonlijk woord. En zoals wij allemaal weten was ‘genoeglijk’ een jou dierbaar woord, dat je vaak gebruikte, zeker die avond. Je was een vriendelijke en onderhoudende congrestijger: je ontbrak zelden bij de Erasmus Birthday Lecture (die je in 2002 zelf uitsprak) en graag nam je deel aan de driejaarlijkse bijeenkomsten van de International Association of Neo-Latin Studies.

Je zei zelden nee. Je publiceerde over tal van onderwerpen in tal van talen. Nu ik als medewerker van de Leidse UB de eer heb je papieren te mogen ordenen en beschrijven zie ik pas goed hoe groot je productie is, en in welke talen je publiceerde en correspondeerde: niet alleen in het Frans, Duits en Engels, maar ook in het Italiaans en Spaans. Spanje, dat na je emeritaat een bijzondere liefde van je werd en waar je een graag genode gast was. Uit je nalatenschap heeft Wil een heel tastbaar blijk van je belangstelling aan de UB Leiden geschonken: honderdvijftig boeken in het Spaans over het humanisme in Spanje in de vijftiende en zestiende eeuw.

Jij, met je liefde voor het Neolatijn, besefte dat wanneer een vakgebied wil groeien, het ook een zekere organisatie moet kennen. Je werd dus een van de oprichters van het Neolatinistenverband, dat de kenners en liefhebbers bijeen moet krijgen en bijeen moet houden. Het mondde uit in jaarlijkse bijeenkomsten en een mededelingenblad, eerst op papier, nu digitaal. Dat je telkens zoveel verplichtingen vrijwillig op je nam en je hart je altijd ja ingaf als iemand vroeg om een tekst te vertalen of een teksteditie na te kijken, is iets waarmee je onbedoeld je eigen werk te kort deed. De vele studies over Dousa leidden wel, met Wilma Reinders, tot een bescheiden biografische schets voor het bredere publiek. De grote Dousa-studie die men weliswaar onuitgesproken van je verwachtte is er niet gekomen. Degene die het nu zou aandurven het boek over Dousa te schrijven, vindt in jouw publicaties het fundament. Je vrouw Wil, als classica ook in je werk steun en toeverlaat, hielp je bij het realiseren van een andere, lang gekoesterde wens: de uitgave van Erasmus’ polemiek met Alberto Pio, voor de Amsterdamse Opera omnia – een editie die gelukkig in 2015 in Den Haag gepresenteerd kon worden.

Lieve Chris, bij een van mijn bezoeken het afgelopen jaar bracht ik een platenboek over Zwitserland voor je mee, een ouderwets boek met kleurenfoto’s en in een grote letter. Je genoot van de afbeeldingen en je ogen en vingers dwaalden over de tekst. Tot je vinger stil hield en je tot mijn verrassing zei: ‘Erasmus’. We kennen allemaal de ‘fijne glimlach’ van Erasmus, die zichzelf een ‘christianus infirmissimus’ noemde, een gebrekkig christen. Jouw lach en minzaamheid, Chris, christianus, waren guller en blijer dan de zijne. Jouw lach en beminnelijkheid zullen ons bijblijven en tot steun zijn. Daarvoor en voor je onvermoeibare inzet voor het Neolatijn blijven wij allemaal je heel dankbaar.

Anton van der Lem

Met dank aan Wil Heesakkers-Kamerbeek, Jeannine De Landtsheer, Dirk van Miert, Marcus De Schepper en Arnoud Visser.

Ons bereikte het droevige bericht dat afgelopen woensdag 28 november Chris Heesakkers, oprichter van het Neolatinistenverband en emeritus hoogleraar Neolatijn aan de Universiteit Leiden, op 83-jarige leeftijd is overleden. Hierbij wil het bestuur van het verband zijn echtgenote Wil en hun kinderen Driek en Tanna condoleren.

Er is mogelijkheid afscheid te nemen van Chris in het uitvaartcentrum van coöperatie DELA, Laan Te Rhijnhof 4, Leiden, op dinsdag 4 december van 19.15 tot 20.00 uur. De crematieplechtigheid wordt gehouden op woensdag 5 december om 11.30 uur in de Jan Steen-aula, Crematorium Rhijnhof, Laan Te Rhijnhof 4, Leiden. De rouwkaart kunt u hier downloaden.

Ons bereikte het droevige bericht dat op zondag 7 oktober de markante Rotterdamse uitgever Willem Donker op 79-jarige leeftijd is overleden. Hij heeft veel van en over Erasmus uitgegeven, waaronder de bijna voltooide volledige correspondentie van Erasmus in een Nederlandse vertaling – wat hij zijn ‘magnum opus’ noemde. Begin dit jaar verscheen er nog een artikel in NRC Handelsblad over hem en de uitgeverij, opgezet door en vernoemd naar zijn vader Ad. Donker: https://www.nrc.nl/nieuws/2018/02/22/80-jaar-buitenstaander-a1593090.

Het afscheid is op vrijdag 12 oktober om 11.00 uur in de Hoflaankerk in Rotterdam-Kralingen, hoek Oudedijk-Hoflaan:

Ons bereikte het droevige nieuws dat op maandag 13 augustus Ann Moss is overleden. Moss was emerita hoogleraar Frans aan de Universiteit van Durham en lid van de British Academy. Ze had zich gespecialiseerd in vroegmodern Frans, en Latijnse literatuur en intellectuele geschiedenis:

Ann Moss was Emerita Professor in the French Department; her many publications on aspects of the classical tradition include Latin commentaries on Ovid from the Renaissance; Ovid in Renaissance France: a survey of the Latin editions of Ovid and commentaries printed in France before 1600; Printed Commonplace Books and the Structuring of Renaissance Thought (a history, among other things, of the transmission and application of ancient thought through collected quotations); and Renaissance Truth and the Latin Language Turn (an investigation of intellectual and cultural change mediated through changes in Latin usage).

De afscheidsplechtigheid vindt in september in Durham plaats.

Per 20 februari 2018 is Els Rose benoemd tot hoogleraar Laat- en Middeleeuws Latijn aan de Universiteit Utrecht. De leerstoel is ondergebracht bij het Departement Talen, Literatuur en Communicatie en richt zich op onderwijs en onderzoek op het gebied van de Latijnse taal- en letterkunde van de late oudheid en de Middeleeuwen.

Els Rose is sinds 2008 als UD en sinds 2010 als UHD werkzaam bij het departement Talen, Literatuur en Communicatie en is coördinator van de minoren Grieks en Latijn. Zij is als onderzoeker verbonden aan het Utrecht Centre for Medieval Studies, waarvan zij sinds 2013 de voorzitter is. Zij verwierf na haar promotie in 2001 drie onderzoeksbeurzen in het kader van NWO Vernieuwingsimpuls: een VENI (2003), VIDI (2007) en VICI (2017). In het kader van haar VICI-project (2017-2022) doet zij met twee promovendi en twee postdocs onderzoek naar burgerschapsdiscoursen in de vroege Middeleeuwen. Zie voor verdere informatie ook het nieuwsbericht op de website van de Universiteit Utrecht: https://www.uu.nl/nieuws/els-rose-benoemd-tot-hoogleraar-laat-en-middeleeuws-latijn.

Lectori Salutem.

This year Humanistica Lovaniensia. Journal of Neo-Latin Studies will undergo some significant changes in response to the evolving scholarly landscape.

After a half-century of annually printed editions, first under the pioneering editorship of Jozef IJsewijn (1968-1998) and then under his successors Gilbert Tournoy (1999-2008) and Dirk Sacré (2009-2017), the incoming editors are transferring the journal to an online-only format. As an open access journal Humanistica Lovaniensia wishes to embrace the ideal of scholarship accessible to all and to reach out to a more extended readership.

All new issues will be downloadable for free from from humanistica.be. The website also displays the Table of Contents of the issues published before 2018, which are available in print at Leuven University Press and digitally on JSTOR.

The Spring 2018 issue (volume 67.1) will be published at the end of March, containing the following articles:

– Hester Schadee, A Tale of Two Languages. Latin, the Vernacular, and Leonardo Bruni’s Civic Humanism

– Tedd A. Wimperis, A Humanist Autograph Lost and Found. Mattia Lupi’sAnnales Geminianenses

– Quinn Griffin, “Salve atque vale, aselle.” Satire and Consolation in Laura Cereta’s In asinarium funus oratio

– Tobias Daniels, Die Bücher des Humanisten Christophe de Longueil. Das Römische Inventar von 1519

– Harry Vredeveld, The Fairytale of Nicholas Denisot and the Seymour Sisters

– Francesco Cabras, Presenze omeriche e oraziane negli Elegiarum libri quattuor di Jan Kochanowski. L’Iliade e i Carmina oraziani nell’elegia 3.7

Please register to receive the Table of Contents for each new issue. Subscribers’ details will not be shared with third parties.

 

Humanistica Lovaniensia. Journal of Neo-Latin Studies (online ISSN 2593-3019) is a KU Leuven based double-blind peer-reviewed international journal that appears twice a year (March and September) as an online-only open access publication. With an open and inclusive attitude to both readers and contributors from all disciplines, it seeks to bring together authors and readers to whom Neo-Latin is important, whether as medium or as message. It welcomes articles in English, French, German, Italian and Spanish on Neo-Latin language, literature and culture from the fourteenth to the twenty-first century, as well as critical editions and translations of Neo-Latin texts.

Editors

Jeroen De Keyser (KU Leuven), General Editor
Tom Deneire (Universiteit Antwerpen)
Victoria Moul (King’s College London)
Aline Smeesters (Université catholique de Louvain)
Arnoud Visser (Universiteit Utrecht)

Editorial Assistants
Marijke Crab (KU Leuven)
Fabio Della Schiava (KU Leuven)
Ide François (KU Leuven)
Christophe Geudens (KU Leuven)

Institutional Board (ex officio)
Jan Papy (KU Leuven)
Gert Partoens (KU Leuven)
Toon Van Houdt (KU Leuven)

Advisory Board
Jan Bloemendal (Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis)
Maurizio Campanelli (Università di Roma ‘La Sapienza’)
Guido Cappelli (Università di Napoli ‘L’Orientale’)
Jean-Louis Charlet (Université d’Aix-Marseille)
Alejandro Coroleu Lletget (ICREA, Universitat Autònoma de Barcelona)
Susanna de Beer (Universiteit Leiden)
Jeanine De Landtsheer (KU Leuven)
Ingrid De Smet (University of Warwick)
Alison Frazier (University of Texas at Austin)
Felipe González-Vega (Universidad del País Vasco)
Estelle Haan (The Queen’s University of Belfast)
Heinz Hofmann (Universität Tübingen)
Lambert Isebaert (Université catholique de Louvain)
Sarah Knight (University of Leicester)
Andrew Laird (Brown University, Providence)
John Monfasani (The University at Albany, SUNY)
Monique Mund-Dopchie (Université catholique de Louvain)
Włodzimierz Olszaniec (Uniwersytet Warszawski)
Marianne Pade (Det Danske Institut i Rom)
Clémence Revest (CNRS Paris)
Dirk Sacré (KU Leuven)
Hester Schadee (University of Exeter)
Florian Schaffenrath (Ludwig Boltzmann Institute, Innsbruck)

Claudia Schindler (Universität Hamburg)

Keith Sidwell (University of Calgary)
Luigi Silvano (Università degli Studi di Torino)
Luka Špoljarić (Sveučilište u Zagrebu)

Annika Ström (Södertörns Högskola, Huddinge)

Gilbert Tournoy (KU Leuven)
Harm-Jan van Dam (Vrije Universiteit Amsterdam)

 

You can download this announcement in PDF here: HL Open Access.

 

 

Afgelopen zaterdag heeft Emma Mojet de Elsevier Weekblad/Johan de Witt-scriptieprijs gewonnen voor haar masterscriptie over vroegmoderne wiskunde, Early Dutch Interest in Newtonian Mathematics, die zij schreef als student aan de Utrechtse research master History and Philosophy of Science. Bezoekers van de Neolatinistendag in oktober zullen haar kennen, omdat zij daar sprak over een brief van Adriaen Verwer aan David Gregory over Newtoniaanse wiskunde. Al eerder had zij hiervoor de scriptieprijs van de Dr. C. Louise Thijssen-Schoute Stichting gewonnen. Lees meer op de website van Elsevier.

Post Navigation